196. Bloem--bloesem.
_Het deel der plant, dat bloeit._
~Bloesem~ zegt dit met het oog op de later voort te brengen vruchten;
~bloem~ is de bloesem, die door bijzondere schoonheid, geur of kleur
zich onderscheidt en vooral daaraan zijn waarde ontleent, zoodat de
vrucht niet de hoofdzaak is.
Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 215 / 279 题