197. Eer--roem.

_De gunstige meening van iemands voortreffelijkheid._

~Eer~ geniet men als men door zijn medeburgers om zijn

voortreffelijkheid hooggeacht wordt en daarom met onderscheiding wordt

behandeld; ~roem~ is de bekendheid, die men om zijn groote daden of

andere voortreffelijkheden geniet, tot zelfs in het buitenland en vaak

nog bij het nageslacht. (In de uitdrukking: _~Eere~ zij God_ beteekent

_eer_ meer: _lof_, _lofprijzing_.)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 216 / 279 题