195. Bezitten--hebben.

_Beide woorden beteekenen, iets in eigendom hebben._

~Hebben~ zegt dit in 't algemeen, zonder meer, terwijl ~bezitten~ gezegd

wordt van redelijke wezens, om te kennen te geven, dat zij over hun

bezitting vrijelijk kunnen beschikken en anderen daarvan uitsluiten.

_Een boom ~heeft~ bladeren.--Deze dame ~bezit~ veel huizen._

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 214 / 279 题