_Zonder fatsoen._
~Onbeleefd~ wijst aan, dat men de regels der wellevendheid uit het oog
verliest. _Het is ~onbeleefd~ een dame naar haar leeftijd te vragen._
~Ongemanierd~ zegt, dat men onbeleefd in zijn manieren, in zijn
handelwijs is, zoodat men in den regel ergernis verwekt. _Het is hoogst
~ongemanierd~ aan tafel het zout met zijn vingers aan te vatten._
~Lomp~ wil zeggen, dat men de regels der wellevendheid niet kent en er
dus vaak lijnrecht mee in strijd handelt. _De ~lompe~ boer sprak den
Burgemeester met jij aan._
~Onbeschoft~ wijst aan, dat men wel de regels der wellevendheid kent,
maar ze opzettelijk overtreedt, met het doel iemand daardoor te
beleedigen. _Door zulk een ~onbeschoft~ antwoord van den boer werd de
Burgemeester woedend._
* * * * *
Zooveel beleefdheid had ik van dien -- boer niet verwacht.
Foei jongen, wat zit je bij het eten van je boterham -- te smakken.
De landlooper werd ten laatste zoo --, dat hij mij allerlei vuile
scheldwoorden naar het hoofd wierp.
Zorg er voor, Frits, dat je dadelijk voor de dames een voetenbankje
haalt, anders zou je -- zijn; misschien zouden ze je wel voor een --
jongmensch houden.
De -- boer hield zijn pet in de kamer op; hij werd zelfs zoo --, dat hij
tot den advocaat zeide: »Je kinderen lieken krek apen."