179. Lomp--onbeleefd--onbeschoft--ongemanierd.

_Zonder fatsoen._

~Onbeleefd~ wijst aan, dat men de regels der wellevendheid uit het oog

verliest. _Het is ~onbeleefd~ een dame naar haar leeftijd te vragen._

~Ongemanierd~ zegt, dat men onbeleefd in zijn manieren, in zijn

handelwijs is, zoodat men in den regel ergernis verwekt. _Het is hoogst

~ongemanierd~ aan tafel het zout met zijn vingers aan te vatten._

~Lomp~ wil zeggen, dat men de regels der wellevendheid niet kent en er

dus vaak lijnrecht mee in strijd handelt. _De ~lompe~ boer sprak den

Burgemeester met jij aan._

~Onbeschoft~ wijst aan, dat men wel de regels der wellevendheid kent,

maar ze opzettelijk overtreedt, met het doel iemand daardoor te

beleedigen. _Door zulk een ~onbeschoft~ antwoord van den boer werd de

Burgemeester woedend._

* * * * *

Zooveel beleefdheid had ik van dien -- boer niet verwacht.

Foei jongen, wat zit je bij het eten van je boterham -- te smakken.

De landlooper werd ten laatste zoo --, dat hij mij allerlei vuile

scheldwoorden naar het hoofd wierp.

Zorg er voor, Frits, dat je dadelijk voor de dames een voetenbankje

haalt, anders zou je -- zijn; misschien zouden ze je wel voor een --

jongmensch houden.

De -- boer hield zijn pet in de kamer op; hij werd zelfs zoo --, dat hij

tot den advocaat zeide: »Je kinderen lieken krek apen."

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 196 / 279 题