178. Draaien--keeren--wenden--wentelen.

_Een beweging maken, die van de rechte lijn afwijkt._

Bij een cirkelvormige beweging--om een vast punt dus--spreekt men van

~draaien~: _het wiel ~draait~_.

Om aan te duiden, dat het voorwerp door de beweging een tegengestelden

stand krijgt, gebruikt men ~keeren~: _het schip ~keert~_ (waar dus de

voorsteven was, komt nu het roer).

Is de verandering van stand niet zoo groot, dan spreekt men van ~wenden~

(oorspronkelijk: zijwaarts doen gaan; vergelijk _wand_ = zijde): _het

schip ~wendt~ het roer_.

Een herhaald wenden wordt letterlijk door ~wentelen~ aangeduid

(frequentief); het komt dus veel met draaien overeen, maar heeft de

bijgedachte, dat het voorwerp niet alleen voortdurend van stand maar ook

van plaats verandert. _Het zwijn ~wentelt~ zich in het slijk_ (d.i.

letterlijk: wendt zich voortdurend in het slijk en komt tevens op een

andere plaats). _De aarde ~draait~ om haar as en ~wentelt~ om de zon._

(Waarom niet _~wentelt~_ om haar as, of _~draait~_ om de zon?)

* * * * *

Pas op, de straat is hier te nauw om er met je fiets te --.

De wielen met gummi-banden -- bijna onhoorbaar over den weg.

Je kunt je overjas nog best laten --. (Hoe verklaart gij, dat de

Duitscher hier _wenden_ gebruikt?)

Als gij olie in de as gedruppeld hebt, moet gij het wiel een paar

minuten snel laten --.

Toen hij zijn vijand op straat tegenkwam, -- hij het hoofd naar rechts.

Hij -- maar in een cirkeltje rond, je wordt er niets wijzer door.

Wij zullen het eens over een anderen boeg --.

Gij moet dit vat olie voorzichtig naar de schuur --.

De wandelaar stond even stil en -- toen op zijn schreden terug.

De orgelman -- de voorzijde van het orgel naar ons huis en begon er toen

lustig op los te --.

De vrouwen zagen den steen van Jezus' graf --.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 195 / 279 题