173. Dapper--moedig--stout--onbevreesd--onverschrokken--onversaagd.

_Geen gevaar ontziende._

~Moedig~ geeft te kennen, dat men overtuigd is van eigen kracht, om het

gevaar te overwinnen. _Een ~moedig~ gemzenjager klimt langs afgronden,

om zijn doel te bereiken._

~Dapper~ is hij, die vooral in den strijd onversaagd is en stand houdt,

waar anderen liever wijken. _Het kleine, maar ~dappere~ leger versloeg

den veel sterkeren vijand._

~Stout~ (of stoutmoedig) is hij, die het gevaar minacht, hetzij uit

onbekendheid, hetzij om een andere reden: hij onderneemt daden, die ons

vaak gewaagd of onuitvoerbaar toeschijnen. Een onervaren soldaat, die

overigens misschien minder moedig is dan zijn oudere krijgsmakkers, zal

soms lichter dan zij zich tot een stoute onderneming laten verleiden.

_Het was een ~stoute~ daad van Jan Haring op Bossu's schip over te

springen en de vlag naar beneden te halen._

~Onbevreesd~ is hij, die geen vrees kent, zoodat hij zich niet laat

afschrikken, om zich moedig te gedragen. _~Onbevreesd~ wachtte hij den

vijand af._

~Onverschrokken~ is hij, die zich door niets laat verschrikken, maar

zelfs het gevaarlijkste durft wagen. _Kapitein 't Hoen was een

~onverschrokken~ vrijbuiter, die meermalen dwars door den vijand heen

levensmiddelen binnen Haarlem bracht._ (Hij was misschien wel niet

altijd onbevreesd, maar hij liet zich door die vrees niet

terugschrikken.)

~Onversaagd~ is hij, die niet aarzelt, als het gevaar moet getrotseerd

worden, en volhardt, als er tegenspoed komt. _~Onversaagd~ viel de

~onverschrokken~ held den vijand aan, toen deze een uitval waagde._

* * * * *

Bij die schipbreuk wierp zich de strandvoogd -- in de woedende golven en

zwom naar het schip. (Dezen zin kan men met vier woorden invullen; doe

het en geef telkens de veranderde beteekenis op.)

De vader, wiens kind door den arend was geroofd, klom -- den roover na.

(Men wil aanduiden, dat de vader niet aarzelde en zich door niets liet

tegenhouden, totdat hij het nest bereikt had.)

Bij het gezicht van den vijand zag men den bevelhebber slechts even

verbleeken; toen viel hij -- het vijandelijke leger aan. (Onbevreesd was

hij dus zeker niet.)

Na een -- gevecht van een paar uren sloeg men den vijand op de vlucht.

Hoewel hij wist, dat het zijn meerdere onaangenaam zou zijn, heeft hij

dezen toch -- de waarheid gezegd.

Onze geschiedenis is rijk aan -- mannen, die zich in menig gevecht --

hebben gedragen; sommige zelfs hebben hun naam door een -- daad

vereeuwigd.

De jager naderde -- het hol van den leeuw. (Welke woorden kunt gij

invullen? Geef daarvan rekenschap.)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 191 / 279 题