_Deze woorden geven te kennen, dat een toestand of omstandigheid gevaar
oplevert._
~Gevaarlijk~ zegt dit zonder eenige nadere aanwijzing. _Hij lijdt aan
een ~gevaarlijke~ ziekte._
~Bedenkelijk~ drukt alleen uit, dat de toestand ons tot nadenken, tot
ongerustheid stemt, hoewel een gunstige afloop nog niet uitgesloten is.
_De toestand van den zieke is wel ~bedenkelijk~, maar de geneesheer
geeft nog alle hoop._
~Zorgelijk~ geeft te kennen, dat het gevaar groot is; het maakt ons
bezorgd (bevreesd), dat de afloop ongunstig zal zijn. _De zieke heeft
reeds verscheidene dagen lang hevige koorts, zoodat zijn toestand
~zorgelijk~ is._
~Hachelijk~ zegt, dat de kans op een ongunstigen afloop grooter is dan
die op een gunstigen uitslag. (Men zegt ook vaak ~kritiek~.) _Toen de
Republiek in 1672 door vier mogendheden te gelijk werd aangevallen, was
de toestand zeer ~hachelijk~._
* * * * *
In den Franschen tijd was het hoogst --, afkeurend over Napoleon te
spreken.
De toestand van den zieke is --: men heeft reeds de bloedverwanten
ontboden.
Het is een -- verschijnsel, dat de weelde ook in de lagere standen zeer
toeneemt.
Toen de onzen reeds voor den vijand begonnen te wijken, verloor de
veldheer in dit -- oogenblik zijn bezinning niet; kort en krachtig sprak
hij zijn manschappen toe en wist ze met nieuwen moed te bezielen. Een
schitterende overwinning bekroonde hun moed.
Het kan -- zijn, vruchten, die men niet kent, te eten.
Het was een -- waagstuk, met een klein bootje het Kanaal over te steken.
Hoewel de man -- ziek ligt, geloof ik toch, dat zijn toestand niet zoo
-- is, als gij meent.