_Deze woorden geven te kennen, dat iets ~blijft~ bestaan, zooals het
is._
~Bestendig~ is alles, wat uit zijn aard niet _verandert_: _bestendig_
weder (d.w.z. het blijft onafgebroken, zooals het is).
~Duurzaam~ is alles, wat uit zijn aard niet _ophoudt_: een _duurzame_
vrede. (~Bestendig~ ziet dus op het innerlijk vermogen om niet te
veranderen, ~duurzaam~ wijst op de innerlijke eigenschap, dat iets niet
ophouden, geen einde nemen zal.)
~Onveranderlijk~ drukt uit, dat iets door invloeden van buiten niet
veranderd kan worden: _Gods besluiten zijn ~onveranderlijk~_ (d.w.z.
geen invloed buiten God kan er verandering in brengen).
~Standvastig~ ziet uitsluitend op personen en duidt aan, dat iemand
blijft standhouden niettegenstaande allerlei tegenwerking. Het wordt
steeds in gunstigen zin gebruikt in tegenstelling met halsstarrig.
_Hoewel men den gezant met allerlei schoone beloften zocht tevreden te
stellen, ja zelfs met straf dreigde, bleef hij ~standvastig~ aandringen
op het voldoen aan zijn eisch._
~Langdurig~ wijst aan, dat iets door invloeden van buiten lang duurt
(dus meer toevallig) in tegenstelling met duurzaam, dat op een innerlijk
vermogen wijst. _Een ~langdurige~ oorlog. De onderlinge naijver tusschen
de beide volken scheen geen ~duurzamen~ vrede te voorspellen. Eikenhout
is ~duurzaam~._--(Waarom niet: _langdurig_?)
* * * * *
»Ach, wij vinden, waar wij staren, niet -- hier beneên."
»Gij hebt Uw troon op -- recht gebouwd."
Na een -- onderzoek kwam men eindelijk den dader op het spoor.
Hoezeer men hem zocht te verleiden, zijn partij afvallig te worden, was
hij toch -- genoeg, zijn eenmaal gegeven woord getrouw te blijven.
Wat ook om ons heen moge wankelen, God alleen is --.
Door zijn -- verblijf in den vreemde heeft hij veel ervaring opgedaan.
Men heeft den dichter een standbeeld in -- brons opgericht.
Hij viel in een -- ziekte, die zijn krachten sloopte.
Willem van Oranje's zinspreuk was: »-- te midden der woelige golven."
(Is hier het bedoelde woord letterlijk of figuurlijk gebruikt?)
»Niet steeds is de liefde -- van duur, hoe snel zij den boezem deed
jagen." (Tollens.)