167. Beducht--bevreesd--bekommerd--bezorgd--beangst.

_Door een gevoel van vrees of angst beklemd._

~Bevreesd~ duidt aan, dat iemand vrees koestert. (Zie no. 166.) _Hij was

~bevreesd~, zijn geld te verliezen._

~Beangst~ is sterker. (Zie no. 166.) _De ouders waren ~beangst~, dat zij

kun kind zouden verliezen._

~Beducht~ wijst er op, dat men over den afloop of den uitslag bevreesd

is; het behoort hoofdzakelijk tot den deftigen stijl. _Gij behoeft voor

zijn lot niet ~beducht~ te zijn._

~Bezorgd~ is men, als men zorg, onrust over iets heeft. _Ik ben

~bezorgd~ over het behoud van zijn leven._

~Bekommerd~ is veel sterker; het wijst op groote en drukkende onrust of

verdriet. _De vader zat ~bekommerd~ neer bij het ziekbed van zijn kind._

* * * * *

_Als er in de volgende zinnen meer woorden ingevuld kunnen worden, geef

dan telkens de schakeering in de beteekenis op._

De moeder was zeer --, dat haar zoon iets zou ontbreken.

Met een -- gelaat zag de ongelukkige ons aan.

Hij maakte zich bij het geritsel in de takken zoo --, dat het zweet hem

uitbrak.

Niet ten onrechte maakte de vorst zich -- over den toenemenden opstand.

Hij was --, dat hij dien niet zou kunnen onderdrukken.

De veldheer was slechts een oogenblik -- den vijand te ontmoeten;

spoedig vermande hij zich en gaf bevel tot den aanval.

Met een -- hart wachtten de ouders tevergeefs op de terugkomst van hun

zoon.

De dokter is -- over de wending, die de ziekte neemt.

Gij behoeft niet -- te zijn, dat hij u zal verraden; hij is in alle

opzichten te vertrouwen.

Toen de onweersbui boven hem losbrak, werd hij zeer --.

Met een -- gemoed was hij gekomen; met een verlicht hart verliet hij

ons weer.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 186 / 279 题