_Het onaangename gevoel van beklemdheid, door een naderend gevaar
opgewekt._
~Schroom~ is het zwakst; het geeft vooral te kennen, dat men tegen iets
opziet: door een moedig besluit is de schroom gemakkelijk te overwinnen.
Het woord is meer tot den deftigen stijl beperkt. _Met ~schroom~ naderde
hij den vorst._
~Angst~ duidt vooral het beklemmend gevoel aan, dat ons overmeestert;
het kan zoowel door iets buiten ons, als door eigen voorstellingen of
gedachten verwekt worden. _Plotseling overviel hem midden in het bosch
een hevige ~angst~, daar hij den weg niet meer wist._ (Oorzaak buiten
hem!)--_Toen hij aan roovers dacht, overviel hem plotseling een hevige
~angst~._ (Oorzaak in hem!)
~Bangheid~ is zwakker dan angst; het heeft soms iets min of meer
belachelijks. _Toen de vrouw alleen in huis was, sloot zij uit
~bangheid~ alle deuren en ramen._
~Vrees~ wordt steeds door iets buiten ons opgewekt en heeft dus altijd
op een ander voorwerp of gebeurtenis betrekking, die steeds genoemd
worden. Terwijl ~angst~ (dat bovendien sterker aandoening dan ~vrees~
aanwijst) vooral ziet op den toestand van 't gemoed, wijst ~vrees~ meer
aan, dat men het naderend gevaar niet durft afwachten of iemands macht
niet durft trotseeren, zoodat in den regel de vrees tot een of andere
handeling voert. _De ~vrees~ voor spoken heeft tot menige dwaasheid
aanleiding gegeven. De ~vrees~ voor het uitbreken der cholera deed
menigeen verhuizen. ~Vrees~ den Heer_ (leef dus naar Zijn wetten, om
Zijn toorn te ontgaan).
~Schrik~ is de hevige ontroering, die iemand plotseling overvalt bij
het onverwacht gewaar worden van iets, dat vrees of angst verwekt.
_Op het onverwachte gezicht van den leeuw werd hij zóó door ~schrik~
bevangen, dat hij zijn tegenwoordigheid van geest verloor._ Soms wordt
het gebruikt van iemand, die schrik verwekt: _Hij is een echte
kinder~schrik~._
* * * * *
In radelooze -- liep de achtergelaten schepeling langs den oever heen en
weer.
Met -- zag hij, dat de bliksem in zijn woning was geslagen.
Hij neemt altijd met eenige -- het woord in deze vergadering.
Alva verspreidde door zijn streng optreden alom -- in den lande.
Het scheen, of de --, die hem aangreep, zijn krachten verdubbelde.
De -- voor straf hield hem van de misdaad terug.
Ik moet altijd lachen over de -- van dezen jongen.
Door een hevigen -- bevangen, stond hij als aan den grond genageld.
De --, dat men hem zijn geld zou ontstelen, liet den vrek geen oogenblik
met rust.
De Ruyter had den bijnaam van »de -- van 's vijands vloten".
Naarmate het kind langer uitbleef, klom de -- der ouders.
Door zulk een strafoefening sloeg den opstandelingen de -- om het hart.