166. Angst--bangheid--vrees--schroom--schrik.

_Het onaangename gevoel van beklemdheid, door een naderend gevaar

opgewekt._

~Schroom~ is het zwakst; het geeft vooral te kennen, dat men tegen iets

opziet: door een moedig besluit is de schroom gemakkelijk te overwinnen.

Het woord is meer tot den deftigen stijl beperkt. _Met ~schroom~ naderde

hij den vorst._

~Angst~ duidt vooral het beklemmend gevoel aan, dat ons overmeestert;

het kan zoowel door iets buiten ons, als door eigen voorstellingen of

gedachten verwekt worden. _Plotseling overviel hem midden in het bosch

een hevige ~angst~, daar hij den weg niet meer wist._ (Oorzaak buiten

hem!)--_Toen hij aan roovers dacht, overviel hem plotseling een hevige

~angst~._ (Oorzaak in hem!)

~Bangheid~ is zwakker dan angst; het heeft soms iets min of meer

belachelijks. _Toen de vrouw alleen in huis was, sloot zij uit

~bangheid~ alle deuren en ramen._

~Vrees~ wordt steeds door iets buiten ons opgewekt en heeft dus altijd

op een ander voorwerp of gebeurtenis betrekking, die steeds genoemd

worden. Terwijl ~angst~ (dat bovendien sterker aandoening dan ~vrees~

aanwijst) vooral ziet op den toestand van 't gemoed, wijst ~vrees~ meer

aan, dat men het naderend gevaar niet durft afwachten of iemands macht

niet durft trotseeren, zoodat in den regel de vrees tot een of andere

handeling voert. _De ~vrees~ voor spoken heeft tot menige dwaasheid

aanleiding gegeven. De ~vrees~ voor het uitbreken der cholera deed

menigeen verhuizen. ~Vrees~ den Heer_ (leef dus naar Zijn wetten, om

Zijn toorn te ontgaan).

~Schrik~ is de hevige ontroering, die iemand plotseling overvalt bij

het onverwacht gewaar worden van iets, dat vrees of angst verwekt.

_Op het onverwachte gezicht van den leeuw werd hij zóó door ~schrik~

bevangen, dat hij zijn tegenwoordigheid van geest verloor._ Soms wordt

het gebruikt van iemand, die schrik verwekt: _Hij is een echte

kinder~schrik~._

* * * * *

In radelooze -- liep de achtergelaten schepeling langs den oever heen en

weer.

Met -- zag hij, dat de bliksem in zijn woning was geslagen.

Hij neemt altijd met eenige -- het woord in deze vergadering.

Alva verspreidde door zijn streng optreden alom -- in den lande.

Het scheen, of de --, die hem aangreep, zijn krachten verdubbelde.

De -- voor straf hield hem van de misdaad terug.

Ik moet altijd lachen over de -- van dezen jongen.

Door een hevigen -- bevangen, stond hij als aan den grond genageld.

De --, dat men hem zijn geld zou ontstelen, liet den vrek geen oogenblik

met rust.

De Ruyter had den bijnaam van »de -- van 's vijands vloten".

Naarmate het kind langer uitbleef, klom de -- der ouders.

Door zulk een strafoefening sloeg den opstandelingen de -- om het hart.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 185 / 279 题