165. Aangenaam--liefelijk--behaaglijk--bekoorlijk--bevallig.

_Wat ons met zeker welgevallen vervult._

~Aangenaam~ drukt dit zonder meer uit; het kan zoowel van

gewaarwordingen als van personen of zaken gezegd worden. Een _aangenaam_

gevoel.--Een _aangenaam_ mensch. Een _aangename_ lectuur.

~Liefelijk~ geeft een edeler, fijner gevoel aan, inzonderheid van het

gezicht en gehoor. Een _liefelijk_ geluid.--»Die in een _liefelijke_

streek Bij 't ruischen van een klare beek Zijn landhuis sticht en

akkerwoning, Wat is dat een gezegend koning." (Vondel.)

~Behaaglijk~ ziet alleen op innerlijke aandoening en wordt dus nooit op

iets buiten ons toegepast. Een _behaaglijk_ gevoel van zelfvoldoening.

~Bekoorlijk~ stelt vooral op den voorgrond, dat iets onze begeerte

opwekt of onze zinnen streelt. Een _bekoorlijk_ landschap.

~Bevallig~, van personen gezegd, wordt gebruikt, om aan te duiden, dat

hun houding of manieren ons gezicht aangenaam aandoen. Een _bevallige_

buiging. Van zaken gezegd (vooral voor wat men in de natuur opmerkt, of

van vormen) duidt het aan, dat ons gezicht aangenaam wordt aangedaan,

doch niet zoo innig als _liefelijk_ onderstelt. _Haarlem's ~bevallige~

omstreken. ~Bevallige~ lijnen._

* * * * *

Het was mij zeer --, dat gij mij hebt uitgenoodigd.

Gij hebt hier in den tuin een -- plekje uitgezocht.

Wat heeft dit -- meisje een -- stem.

Door haar -- manieren weet zij spoedig iedereen voor zich in te nemen.

De nachtegaal is de -- van onze zangvogels.

Zij had zich in een -- rust op het zachte mos neergevlijd.

Dat is een -- man in den omgang.

In een -- houding bood het bloemenmeisje de Koningin een bloemtuil aan.

H. M. was over deze -- verschijning blijkbaar getroffen.

In een -- dal stroomde met -- gekabbel een helder beekje.

Ik heb u een -- tijding mee te deelen.

Met -- wendingen zweefde de danseres op de tonen der muziek door de

zaal.

De rozen verspreiden een -- geur.

In -- zwier reed zij over het ijs.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 184 / 279 题