_Wat ons met zeker welgevallen vervult._
~Aangenaam~ drukt dit zonder meer uit; het kan zoowel van
gewaarwordingen als van personen of zaken gezegd worden. Een _aangenaam_
gevoel.--Een _aangenaam_ mensch. Een _aangename_ lectuur.
~Liefelijk~ geeft een edeler, fijner gevoel aan, inzonderheid van het
gezicht en gehoor. Een _liefelijk_ geluid.--»Die in een _liefelijke_
streek Bij 't ruischen van een klare beek Zijn landhuis sticht en
akkerwoning, Wat is dat een gezegend koning." (Vondel.)
~Behaaglijk~ ziet alleen op innerlijke aandoening en wordt dus nooit op
iets buiten ons toegepast. Een _behaaglijk_ gevoel van zelfvoldoening.
~Bekoorlijk~ stelt vooral op den voorgrond, dat iets onze begeerte
opwekt of onze zinnen streelt. Een _bekoorlijk_ landschap.
~Bevallig~, van personen gezegd, wordt gebruikt, om aan te duiden, dat
hun houding of manieren ons gezicht aangenaam aandoen. Een _bevallige_
buiging. Van zaken gezegd (vooral voor wat men in de natuur opmerkt, of
van vormen) duidt het aan, dat ons gezicht aangenaam wordt aangedaan,
doch niet zoo innig als _liefelijk_ onderstelt. _Haarlem's ~bevallige~
omstreken. ~Bevallige~ lijnen._
* * * * *
Het was mij zeer --, dat gij mij hebt uitgenoodigd.
Gij hebt hier in den tuin een -- plekje uitgezocht.
Wat heeft dit -- meisje een -- stem.
Door haar -- manieren weet zij spoedig iedereen voor zich in te nemen.
De nachtegaal is de -- van onze zangvogels.
Zij had zich in een -- rust op het zachte mos neergevlijd.
Dat is een -- man in den omgang.
In een -- houding bood het bloemenmeisje de Koningin een bloemtuil aan.
H. M. was over deze -- verschijning blijkbaar getroffen.
In een -- dal stroomde met -- gekabbel een helder beekje.
Ik heb u een -- tijding mee te deelen.
Met -- wendingen zweefde de danseres op de tonen der muziek door de
zaal.
De rozen verspreiden een -- geur.
In -- zwier reed zij over het ijs.