162. Barmhartig--deelnemend--mededoogend--medelijdend.

_Gevoel hebbende voor het leed van anderen._

~Barmhartig~ is het edelst. Het wijst niet alleen aan, dat men met het

lijden van anderen begaan is, maar dat men ook bereid is, dat leed te

verzachten.

~Deelnemend~ is men, wanneer men deel neemt in het leed van anderen,

d. w. z. het leed gedeeltelijk ook tot het onze maakt; wij gevoelen dus

hetzelfde verdriet. (Soms beteekent het ook: deelnemen in het _geluk_

van anderen.)

~Medelijdend~ is men, wanneer wij het leed van anderen mede-lijden,

meegevoelen, zoodat wij begaan zijn met hun ongelukkig lot en wij hen

dus beklagen willen. Dit gevoel behoeft ons evenwel niet te brengen tot

het verleenen van hulp, gelijk de barmhartige doet.

~Mededoogend~ is hetzelfde als medelijdend (doogen = lijden), maar wordt

alleen in deftigen stijl gebruikt.

* * * * *

Gij kent zeker wel de schoone gelijkenis van den -- Samaritaan.

Gij kunt u verzekerd houden, dat ik hartelijk -- in het verlies, dat u

getroffen heeft.

»Sla, o God vol --! Sla Uw oogen Nu genadig op ons neer." (Gez. 94.)

Op -- toon vraagde hij het arme kind, waarom het schreide; toen hij

hoorde, dat de ongelukkige knaap geen vader of moeder meer had, was hij

-- genoeg, hem tot zich te nemen.

Met -- belangstelling vraagde hij, hoe de zieke het maakte.

God is een -- Vader.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 179 / 279 题