161. Bekomen--krijgen--ontvangen--behalen--verwerven.

_Bezitter van iets worden._

~Bekomen~, ~behalen~ en ~verwerven~ wijzen aan, dat men moeite doet,

om in het bezit te geraken. ~Behalen~ geeft dit in sterker mate aan dan

~bekomen~, terwijl ~verwerven~ nog grooter moeite (soms ook grooter eer)

onderstelt dan behalen. _Waar zijn deze waren te ~bekomen~? Hij heeft

daarmee veel roem ~behaald~. Hij heeft eindelijk een voordeelige positie

~verworven~._ In de uitdrukking _straf bekomen_, onderstelt men dus, dat

de schuldige alles deed, waardoor hij die straf heeft gekregen, al was

natuurlijk die straf niet het _doel_ van zijn handelen.

~Krijgen~ en ~ontvangen~ geven te kennen, dat men ook zonder zijn

toedoen of inspanning in het bezit van iets komt. _De boomen ~krijgen~

bladeren; hij ~ontving~ een berisping._ ~Ontvangen~ onderstelt, dat

hetgeen men ontvangt, door iemand gegeven is en door ons (actief) wordt

aangenomen: _Ik heb het geld ~ontvangen~._ Bij ~krijgen~ daarentegen

behoeft men niet altijd aan geven te denken, men kan hierbij ook meer

passief zijn. _Hij heeft de koorts ~gekregen~._

Uit de vergelijking der vier woorden volgt, dat ~krijgen~ het aangeduide

begrip (bezitter van iets worden) op de meest algemeene wijze (d.i.

zonder eenige nadere bepaling) aanduidt; het komt dan ook het meest in

de dagelijksche spreektaal voor.

* * * * *

De knecht heeft zijn loon --.

Frederik Hendrik heeft met de inneming van Den Bosch veel roem --.

Hij mocht de gunst des konings --.

Wat heeft hij voor zijn moeite --?

Uw brief heb ik in goede orde --.

In plaats van een goede belooning heeft hij straf --.

Dit werk is in alle boekwinkels te --.

Door vlijt en inspanning heeft hij zich een aanzienlijk vermogen --.

Wanneer zal ik het boek --, dat je me al zoo lang beloofd hebt?

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 178 / 279 题