_De onaangename gewaarwording, teweeggebracht door iets dat ons
mishaagt._
~Tegenzin~ gebruiken we, als iets ons niet aanstaat, of wanneer het
betrekking heeft op een handeling, die wij tegen onzen zin verrichten.
Van personen wordt het woord zelden gebezigd.--Maakt iemand een
ongunstigen indruk op ons, al is 't ook zonder dat we daarvoor een
bepaalde reden weten op te geven, zoodat we hem liefst vermijden, dan
hebben wij een ~weerzin~ tegen hem.--Is dat gevoel sterker, zoodat het
ons noopt ons van iemand of iets af te keeren en wij er dus niet mee te
doen willen hebben, dan spreekt men van ~afkeer~; weerzin en afkeer
nopen alleen tot ontwijken en zetten niet aan tot daden. Passen wij
beide begrippen toe op spijzen en dranken, dan komt ~walging~ met afkeer
overeen en duidt het gevoel aan, dat ons onpasselijk zou maken; in
figuurlijken zin gebruikt men daarvoor ~walg~.--Wordt de afkeer bij
ons opgewekt door een persoon, die een hoogst ongunstig voorkomen
heeft,--door een voorwerp, dat ons door zijn leelijke gedaante vrees
inboezemt,--of door een handeling, waartegen ons gevoel in opstand komt,
dan spreken wij van ~afschrik~.--Het onweerstaanbaar gevoel, dat ons
overmant, wanneer wij bij het hooren of zien van iets door angst en
huivering worden aangegrepen en waarvan we reeds gruwen, als wij er aan
denken, noemen wij ~afschuw~. Is het gevoel van huivering of ontzetting,
waarmee de afschuw gepaard gaat, zeer sterk, dan spreekt men van
~afgrijzen~.
* * * * *
Slechts met -- heb ik uw opdracht vervuld.
Deze man met zijn vleiende stem wekt altijd mijn -- op, zoodat ik liefst
niet met hem te doen heb.
Ieder weldenkend mensch heeft een -- van den verrader.
Met -- vernam men den verschrikkelijken moord in koelen bloede gepleegd.
Ik heb altijd een -- van mosselen en paddestoelen gehad.
De meeste vrouwen hebben een -- voor spinnen en padden.
Van onzindelijkheid heeft ieder een --.
De landlooper boezemde ons zulk een -- in, dat wij terstond op onze
schreden terugkeerden.
Heb een -- voor het liegen en een -- voor de zonde.
Men kon zien, dat hij tegen dien man een -- gevoelde, zoodat hij hem met
blijkbaren -- ontving.
De onmenschelijke wreedheden, door den vijand in dien oorlog gepleegd,
las ieder met --, ja met --.
Gebruik nu in zinnen: afkeerig, walgelijk, afschuwelijk, afgrijselijk.