_Geneigd of geschikt, om op behendige wijze een ander te misleiden._
~Bedriegelijk~ drukt dit begrip het algemeenst uit; het zegt, dat de
persoon of zaak iemand bedriegen wil, maar laat in 't midden, op welke
wijze dit geschiedt.--~Listig~ was vroeger schrander en had toen steeds
een gunstige beteekenis; ook nu nog kan het een onschuldige, maar
schrander bedachte handeling aanduiden; de listige tracht partij te
trekken van zijn kennis en ervaring om zijn doel te bereiken, 't zij
om zich uit moeilijkheden te redden, 't zij langs slinksche wegen te
verkrijgen, wat hij langs den gewonen weg niet zou hebben bereikt. Toch
heeft het woord altijd het bijdenkbeeld van _onoprecht_. _Hij redde zich
op een ~listige~ wijze uit het gevaar._--Is het zijn bedoeling om iemand
in het ongeluk te storten en handelt hij dus met een boosaardig doel,
dan spreekt men van ~arglistig~ (arg = erg, boos).--~Loos~ is hij, die
door een zekere behendigheid onder bepaalde omstandigheden iets weet te
verkrijgen; die behendigheid is vooral het gevolg van veel ondervinding
en niet zoozeer van scherpzinnigheid; de loosheid openbaart zich door
het aanwenden van kleine middelen, die een weldenkende meestal beneden
zich acht. De vos, die de kaas van de raaf wil hebben en den vogel niet
bereiken kan, gaat het dier vleien; zijn ondervinding zegt hem, dat men
door vleierij veel kan verkrijgen, maar ...... een weldenkende wil van
zulk een middel geen gebruik maken.--De ~slimme~ gaat met overleg te
werk, daar hij aan loosheid ook scherpzinnigheid paart; hij ontwerpt een
weldoordacht plan, waarbij hij maatregelen neemt om allen tegenstand
zooveel mogelijk te ontgaan. Bepaald oneerlijke handelingen behoeft
hij niet te verrichten, ja men moet hem soms bewonderen om de
scherpzinnigheid, die hij aan den dag legt.--~Sluw~ is degene, die zijn
bedoelingen en de aangewende middelen behendig weet te verbergen, zoodat
de benadeelde volstrekt niet vermoedt, dat hij bedrogen wordt. Aan zijn
slimheid paart dus de sluwe nog een meesterschap in het veinzen of in
het verbergen van zijn plannen. Sluw is dus nog sterker dan slim, maar
heeft een ongunstige bijbeteekenis.
* * * * *
In onderstaande zinnen kan meestal meer dan één woord worden ingevuld.
Geef in dat geval telkens de veranderde beteekenis op.
Op een -- wijze heeft hij het gezelschap een tijd langer bij zich
gehouden, dan het wilde; hij had nl. de klok bijna drie kwartier
teruggezet.
Hij wist de stem van mijn buurman -- na te bootsen; ieder verkeerde dan
ook in den waan, dat buurman ons riep.
De valschaard was -- genoeg, om niet te rusten, vóór hij mij in het
ongeluk gestort had.
Het was werkelijk een -- zet van onzen vriend, dien wij allen moesten
bewonderen.
De domme jongen bleek toch nog -- genoeg, om van den vreemdeling, wien
hij den weg had gewezen, een goede fooi los te krijgen.
Hij wist zich op -- wijze het vertrouwen der oude dame te winnen, om
haar later des te gemakkelijker te kunnen oplichten.
Aan de -- staatsmanskunst van Jan de Witt was het te danken, dat
Lodewijk XIV in zijn heerschzuchtige plannen gedwarsboomd werd.