_Kenbaar maken, dat iemand iets onbehoorlijks heeft verricht._
~Beschuldigen~ wijst in het algemeen aan, dat men op iemand de schuld
van iets legt, terwijl ~aanklagen~ bovendien uitdrukt, dat zulks
geschiedt voor een macht, die de bevoegdheid bezit den schuldige
te straffen. De aanklager neemt tevens de verplichting op zich, de
aanklacht door bewijzen of getuigen te staven. ~Aanklagen~ verlangt dus
een straf voor de misdaad, wat ~beschuldigen~ niet doet. Laat men het
onderzoek en de opsporing der bewijzen aan de rechterlijke macht over,
dan gebruikt men ~aangeven~ of ~aanbrengen~. Aanbrengen onderstelt
tevens, dat men uit wraak of uit zucht naar gewin een strafbare daad ter
kennisse van de overheid brengt, terwijl aangeven die onedele drijfveer
niet aanneemt. Wordt iemand valschelijk en met een boosaardig opzet een
zware misdaad ten laste gelegd, dan gebruikt men ~betichten~. Ook lette
men er op, dat van ~beschuldigen~, ~aanklagen~ en ~betichten~ het
lijdend voorwerp een persoonsnaam is, terwijl ~aangeven~ en ~aanbrengen~
de misdaad tot lijdend voorwerp hebben.
_Men ~beschuldigde~ den knecht algemeen, dat hij het huis in brand had
gestoken_; d.w.z. men gaf hem de schuld er van.
_De boer ~klaagde~ den knecht ~aan~, toen deze den brand had gesticht_;
d.w.z. de boer diende een aanklacht bij den rechter in, en had er
bewijzen of getuigen voor.
_De moord werd bij de justitie ~aangegeven~_; d.w.z. men stelde de
justitie er van in kennis en liet aan haar het verdere onderzoek over.
_De werkvrouw ~bracht~ alles van de dienstboden bij Mevrouw ~aan~_;
d.w.z. om een plasdankje of wat ook te verdienen, verklapte zij alles.
(In de kinderwereld »verklikken".)
_De hovelingen ~betichtten~ den schatmeester van diefstal_; d.w.z. zij
zochten hem uit wraakzucht ten val te brengen en klaagden hem
valschelijk aan.
* * * * *
Oudtijds gold de regel, dat de -- zijn eedhelpers moest meebrengen.
Tichelaar -- Cornelis de Witt, dat deze den Prins naar het leven stond.
De dierenvriendin zag, hoe een koopman zijn hond mishandelde, en draalde
niet, dit bij de politie --.
De minderheid in die vergadering -- den voorzitter, dat hij opzettelijk
van het reglement van orde afweek, ten einde de aanneming van zijn
voorstel door te drijven.
De soldaat heeft zijn meerdere van machtsmisbruik --.
Het kan niet anders, of een zijner vijanden moet zijn misslag bij de
autoriteiten hebben --.
Welk onderscheid is er tusschen: _Zijn geweten ~beschuldigde~ hem_, en:
_zijn geweten ~klaagde~ hem ~aan~_?