151. Mat--moe--vermoeid--afgemat--loom.

_Ongeschikt tot krachtsinspanning._

~Mat~ is men door een oorzaak _buiten_ ons, bijv. _~mat~ van de warmte_;

het komt dus eenigszins met ~loom~ overeen, d.w.z. traag van beweging.

(Schaak~mat~ is de koning, als hij zich niet meer bewegen kan; ~mat~ is

dus sterker dan loom.) Van kleuren gezegd beteekent _mat_ zooveel als

dof: _matblauw_.

~Moe~ duidt eenvoudig den toestand aan, waarin men zich na zwaren arbeid

bevindt, terwijl ~vermoeid~ ook let op de oorzaak der vermoeidheid en

tevens grootere moeheid aanwijst: _Hij is erg ~moe~ en mag wel wat

uitrusten. Hij is door het onbesuisde fietsen zeer ~vermoeid~._

~Afgemat~ is nog sterker dan vermoeid; meestal is deze graad van

vermoeidheid op het gelaat te zien of aan mindere helderheid van geest

te bemerken.

Opmerking. Het woord ~mat~ wordt gewoonlijk alleen in de alliteratie:

_mat en moe_ gebruikt.

* * * * *

Ik ben wat -- van de wandeling en blijf dus liever thuis.

Zij was van de lange reis zoo --, dat zij wel twee dagen te bed moest

blijven.

Bij zulk een hooge temperatuur gevoelt zich ieder --.

Wordt gij soms -- van dit werk?

Door het lange spreken was hij zoo --, dat hij verder van het woord

afzag.

»O van uit die groene zoden, Waar zij rusten -- en --, Ruischt er van

mijn lieve dooden 't Blijde wederzien mij toe."

Door de wekenlange inspanning zag hij er zeer -- uit.

Een flinke jongen, als jij bent, moet niet zoo gauw -- worden.

Er lag een -- tint over het landschap.

Naar lichaam en geest -- viel zij in een zware ziekte.

Er lag iets drukkends, iets -- over de feestelijke stemming. (Verklaar

dit fig. gebruik.)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 168 / 279 题