_Weinig verstand of kennis bezittend._
~Dom~ zegt men van iemand, die een zeer traag verstand bezit, die vele
zaken niet of zeer moeilijk kan begrijpen en daardoor in het algemeen
weinig kennis zal bezitten. _Hij is veel te ~dom~ om voor dokter te
studeeren. Hij is nog te ~dom~ om in de volgende klasse te komen._ Soms
beteekent het ook gebrek aan doorzicht: _hij heeft een ~dommen~ streek
uitgehaald_.
~Onnoozel~ duidt aan, dat iemand slechts zwakke geestvermogens en
daardoor een zeer beperkt verstand bezit, zoodat hij geen blijken kan
geven met oordeel te handelen. _Die jongen is ~onnoozel~. De ~onnoozele~
hals geloofde alles, wat wij zeiden._
~Onkundig~ en ~onwetend~ wijzen beide op gemis aan kennis, zonder
daarbij op den natuurlijken aanleg te letten. ~Onkundig~ heeft meer
betrekking op de kennis van een bepaalde zaak, ~onwetend~ ziet meer op
het ontbreken van algemeene kennis. _Men liet de vrouw lang ~onkundig~
van den dood harer zuster.--Hij is wel vlug van begrip, maar hij heeft
weinig onderwijs genoten, zoodat hij zeer ~onwetend~ is._
* * * * *
Het -- volk beschuldigde de geneesheeren, dat zij de cholera-lijders
vergiftigd hadden.
Zij was -- genoeg te meenen, dat men op haar gezelschap gesteld was.
De regeering is nog -- van de samenzwering, die er dreigt.
Hij is in vele dingen nog zoo --, dat men hem gemakkelijk bedriegen kan.
Al mag die jongen ook niet -- zijn, hij ziet er toch in elk geval zeer
-- uit.