148. Aanstonds--dadelijk--terstond--weldra--spoedig--gauw.

_Deze woorden duiden aan, dat een handeling in zeer korten tijd

afloopt._

~Terstond~ en ~aanstonds~ geven te kennen, dat de handeling op hetzelfde

oogenblik (stonde) plaats heeft. ~Aanstonds~ evenwel onderstelt nog een

kleine tusschenruimte van tijd. _Nauwelijks had ik hem geroepen, of

~terstond~ kwam hij binnen. Even geduld, ik zal je ~aanstonds~ helpen._

~Dadelijk~ komt zeer veel met terstond overeen: het wijst aan, dat men

tot de ~daad~ overgaat zonder uitstel, zonder woordenwisseling, zonder

bedenking. _Ik vroeg hem mij te helpen en ~dadelijk~ was hij daartoe

bereid._ Als bijwoord is het meer tot de spreektaal beperkt; als

bijvoegelijk naamwoord komt het daarentegen uitsluitend in de

schrijftaal voor: _zonder de ~dadelijke~ hulp van den arts was de

gewonde zeker verloren geweest_.

~Spoedig~ en ~gauw~ zeggen, dat de handeling met snelheid wordt

uitgevoerd en dus weinig tijd vordert. Er moet derhalve wel aan eenig

tijdsverloop gedacht worden. ~Gauw~ ziet meer op de vlugheid of snelheid

van beweging (»gauw" als water), terwijl ~spoedig~ meer aanduidt, dat er

spoed, voortgang gemaakt wordt. Gewoonlijk is in gemeenzame taal ~gauw~

gebruikelijker dan ~spoedig~. _Hij heeft mij ~spoedig~ geholpen. Men had

~spoedig~ een veldtent opgeslagen. Die boodschap heb je ~gauw~ gedaan._

Soms ook is bij ~spoedig~ en ~gauw~ het denkbeeld van snelheid der

handeling geheel op den achtergrond gedrongen en wordt alleen aan het

korte tijdsverloop gedacht. In dit geval komen zij meer met aanstonds,

dadelijk, terstond overeen, maar wijzen dan een eenigszins grootere

tijdruimte aan. _Hij zal ~spoedig~ hier zijn. Hij is ~gauw~ jarig._ In

deze beteekenis kan ook ~weldra~ gebruikt worden, maar dit woord komt

bijna uitsluitend in de schrijftaal voor. _Men mag ~weldra~ de indiening

van het wetsontwerp verwachten._

* * * * *

Wie -- helpt, helpt dubbel.

Als ik je roep, moet je -- komen.

Je hebt veel te -- geschreven, ik kan er haast niets van lezen.

Men verwacht algemeen, dat de vrede -- geteekend zal zijn.

Dank zij de -- toegeschoten hulp, werd de brand nog tijdig gebluscht.

Hij is zoo -- als water; houd hem dus goed in het oog.

Ik zal -- komen; eerst moet ik nog dit briefkaartje schrijven.

Hij was op mijn verzoek -- bereid het boek af te staan.

Als de warmte eenigen tijd aanhoudt, zal men -- kunnen oogsten.

(Verklaar, waarom men soms meer dan één woord kan invullen.)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 165 / 279 题