140. Bedaard--rustig--bezadigd--kalm.

_De toestand, waarin de hartstochten geen heerschappij voeren._

~Rustig~ is hij, die weinig beweging maakt, die niet opgewonden is, die

zoowel innerlijk als uiterlijk rust geniet; hij acht zich geheel veilig

en leeft in dat bewustzijn stil voort. _Een ~rustige~ slaap; een

~rustig~ leven._

Wie ~bezadigd~ is, windt zich niet spoedig op; de omstandigheden hebben

weinig invloed op zijn gemoedstoestand; hij is in staat rustig over de

zaken na te denken en laat zich niet door zijn hartstocht verblinden.

_Hij heeft in een ~bezadigd~ artikel zijn meeningen uiteengezet, zoodat

zelfs zijn tegenpartij het met waardeering bespreekt._

~Kalm~ doet denken aan het water, dat niet door storm opgezweept

of bewogen wordt. Het duidt een rustige gemoedsgesteldheid aan als

gevolg van het zwijgen der hartstochten, zoodat alle heftigheid verre

blijft. _Hij ontsliep zacht en ~kalm~_ (d.i. zonder heftigheid van den

doodstrijd). _Hij dacht ~kalm~ na, over hetgeen hem na die ramp te doen

stond._

~Bedaard~ is hij, die evenals de natuur na een storm of onweer tot rust

gekomen is, bij wien de hartstochten hebben uitgewoed; alle heftigheid

is voorbij, zijn uiterlijk en zijn doen teekenen rust. _In een vloed van

scheldwoorden gaf hij zijn gemoed lucht; daarna wandelde hij ~bedaard~

verder. Mijn oom is nu een ~bedaard~ mensch, maar vroeger was hij altijd

druk en opgewonden._--Soms wijst ~bedaard~ niet op een voorafgaande

heftigheid, doch drukt men er mee uit, dat iemand op bewonderenswaardige

wijze zijn hartstochten weet te bedwingen. _Hij hield zich ~bedaard~,

hoezeer het in hem kookte._ (~Kalm~ is hier niet op zijn plaats; de

hartstocht der woede immers beroerde wel degelijk zijn gemoed; kalm was

hij dus niet, maar wel bleef hij ~bedaard~.)

Wat is nu het verschil tusschen deze zinnen: »_~Kalm~ hoorde hij de

beleediging aan_" en »_~Bedaard~ hoorde hij de beleediging aan_"?

* * * * *

De zieke genoot een -- slaap.

Ik heb hem als een -- man leeren kennen, hoezeer men hem als een vurig

ijveraar had afgeschilderd.

In die -- omgeving zal hij wel spoedig -- worden.

Als gij u -- houdt, wil ik u alles mededeelen, wat hij heeft gezegd.

In den politieken strijd laat men zich licht opwinden, en toch is het

noodig, dat men -- blijft om -- over zijn tegenpartij te kunnen

oordeelen.

Zijn hoonende woorden griefden mij zóó, dat het mij moeite kostte -- te

blijven.

Gij moet een -- en -- leven leiden, of uw kwaal zal spoedig verergeren.

Toen de leeuw zijn vervolgers bemerkt had, liet hij een doordringend

gebrul hooren; daarna wachtte hij -- hun nadering af.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 157 / 279 题