_De noodige zorg missende._
~Achteloos~ en ~onachtzaam~ geven aan, dat men op zijn zaken of plichten
niet voldoende acht geeft; onachtzaam slaat op een bepaald geval, op een
_fout_, terwijl achteloos op een gewoonte, een _gebrek_ wijst. _Uit
~onachtzaamheid~ stiet hij het glas van de tafel. Van iemand, die zoo
~achteloos~ als hij is, kan men geen degelijk werk verwachten._
~Onoplettend~ is hij, die niet opmerkzaam is op hetgeen hij doen moet;
hij heeft zijn aandacht niet bij de zaak en loopt er te vluchtig over
heen. _Als hij zoo ~onoplettend~ werkt, zal hij zich voortdurend
vergissen._
Is iemand achteloos uit traagheid of onordelijkheid, zoodat hij zijn
zaken niet voldoende behartigt, dan noemt men hem ~slordig~; het is nog
sterker dan achteloos. _Deze ontvanger is een ~slordig~ administrateur:
zijn boeken zijn nooit in orde._
* * * * *
Als gij zoo -- met uw geldzaken zijt, zult gij spoedig arm zijn.
De cipier was zoo --, dat de gevangene gemakkelijk kon ontsnappen.
Het is geen wonder, dat hij zijn zaken weer in de war heeft gestuurd;
hij is er -- genoeg voor.
Uit zijn -- kleeding blijkt voldoende, dat hij -- van aard is.
Hij heeft zoo -- toegezien, dat hij niet eens mijn heengaan bemerkte.
Waarom zijt gij zoo -- geweest, dat gij bij uw vertrek de deur niet hebt
gesloten?