_Een bestaande verordening of gewoonte te niet doen._
Geschiedt de tenietdoening door een bepaald persoon of door de overheid,
dan gebruikt men ~intrekken~ of ~herroepen~, terwijl ~afschaffen~
aanduidt, dat vooral de veranderde tijdsomstandigheden veel invloed
op het te niet doen uitoefenen. Men gebruikt daarom ~afschaffen~
vooral van gebruiken, gewoonten of instellingen, die verouderd zijn.
_De Oudhollandsche kermis wordt meer en meer ~afgeschaft~._ Daarentegen
gebruikt men ~intrekken~ en ~herroepen~ van wetten, besluiten, woorden,
enz., waarbij een bepaalde persoon betrokken is. ~Herroepen~ onderstelt
vaak (niet altijd) een dwang van anderen, terwijl ~intrekken~ meer
een handeling uit eigen beweging aanduidt; bovendien wordt intrekken
steeds gebezigd van voorstellen, die nog niet tot wet verheven zijn.
~Herroepen~ wijst er op, dat iets vroeger is uitgeroepen, luide
verkondigd, wat ~intrekken~ niet onderstelt. _Hij moest zijn lasterlijke
beschuldiging openlijk ~herroepen~. Bij de troonsbestijging van Karel
II werd de Acte van Seclusie ~ingetrokken~._ (Zij was vroeger in 't
geheim uitgevaardigd, niet openlijk afgekondigd.)
* * * * *
Na de bevrijding van de Fransche overheersching werd de censuur weer --.
Men wilde hem dwingen zijn leerstellingen te --.
De voorgestelde wet op het lager onderwijs zal worden --.
Het zoogenaamde »plukgeld" (opcenten bij verpachtingen) is reeds in vele
streken --.
Uit eigen beweging heeft hij zijn lasterlijke woorden --.
Door den graaf werden bij de aanvaarding van zijn regeering verscheidene
privilegies --.
Men dwong den lasteraar openlijk zijn beschuldiging te --.
Na de -- van het Edict van Nantes kwamen zich hier vele vluchtelingen
vestigen.
Bij de komst der Franschen werd de pijnbank --.
De hinderlijke bepalingen op het wielrijden werden --.