_Met overleg te werk gaande, om gevaar (schade) te vermijden._
~Behoedzaam~ duidt aan, dat men in gevaarlijke omstandigheden op zijn
hoede is om zich voor schade te vrijwaren. Men zorgt zooveel mogelijk
alles te voorkomen, wat het gevaar kan doen toenemen, terwijl men gereed
is om, mocht het gevaar ons naderen, het zooveel doenlijk af te weren.
_~Behoedzaam~, met het geladen geweer in de hand, naderde hij het hol
van den leeuw._
~Voorzichtig~ wijst aan, dat men zooveel mogelijk alle gevaren voorziet,
die zouden kunnen ontstaan; daardoor kan men zijn handelingen zóó
richten, dat men het gevaar tracht te ontgaan. _Hij was ~voorzichtig~
genoeg om zich niet terstond door een belofte te verbinden. Gij moet het
~voorzichtig~ behandelen_, d.i. alle voorzorgen in acht nemen, dat het
voorwerp niet breekt.
~Omzichtig~ is hij, die te midden van gevaren naar alle kanten om zich
ziet, of er soms gevaar dreigt. Het heeft dus eenigszins de beteekenis
van behoedzaam, maar het is nog sterker.
De voorzichtige berekent vooraf de kansen, de behoedzame is zelden
voortvarend, de omzichtige is vaak wantrouwend. (Verklaar de
eigenschappen!)
* * * * *
De dief was -- genoeg, om zich vooraf een masker voor te doen; hij liep
-- den tuin door om op alle verdachte geluiden te letten, en eindelijk
klom hij -- het venster binnen.
Er waait een gure wind; gij moogt dus wel -- zijn en u warm aankleeden.
Bij het kiezen van uw vrienden moet gij -- te werk gaan.
Wij hebben de weduwe -- den dood van haar echtgenoot medegedeeld.
De sluipmoordenaar naderde -- zijn slachtoffer, om hem niet te wekken.
In gevaarvolle tijden is een -- leidsman noodig.
De orang-oetan klimt meestal langzaam en --, maar tevens met groote
zekerheid. Wil hij van den eenen boom in den anderen komen, dan slingert
hij zich er -- heen.