125. Doorgaans--gewoonlijk--meestal.

_Wat bijna zonder uitzondering gebeurt._

~Doorgaans~ zegt, dat iets in de meeste gevallen plaats heeft, dus

zonder veel uitzonderingen. _Wij logeeren ~doorgaans~ iederen zomer in

Baarn._

~Gewoonlijk~ is sterker; het wijst op een gewoonte, een regelmaat,

waarop zoo goed als geen uitzonderingen bestaan. _~Gewoonlijk~ ben ik 's

avonds tusschen 7 en 8 het best te spreken._

~Meestal~ is het zwakst; het onderstelt wel een regel, maar voegt de

gedachte er bij, dat er nog wel eens uitzonderingen voorkomen. _Hij komt

~meestal~ te laat op school._ (~Gewoonlijk~ is sterker!)

* * * * *

_Beproef, of in onderstaande zinnen meer dan één woord kan worden

ingevuld en geef in zulke gevallen telkens de gewijzigde beteekenis op._

De menschen stellen -- hun eigen belang boven dat van anderen.

De vreemdelingen bezoeken -- de prachtige ruïne op den berg.

In de zomervacantie hebben wij -- elken dag regen gehad.

Na een vermoeiende reis heeft mijn zuster -- hoofdpijn.

Op een natten zomer volgt -- een mooi najaar.

Men vindt -- bij de hoogste standen het minste levensgeluk.

Bij een westenwind komt er -- regen.

Deze polders werden in den winter -- overstroomd.

De wereld wil -- bedrogen zijn.

»De ouderdom komt met gebreken, En wie zeven kruisjes telt, Weet er --

van te spreken."

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 142 / 279 题