_Wat bijna zonder uitzondering gebeurt._
~Doorgaans~ zegt, dat iets in de meeste gevallen plaats heeft, dus
zonder veel uitzonderingen. _Wij logeeren ~doorgaans~ iederen zomer in
Baarn._
~Gewoonlijk~ is sterker; het wijst op een gewoonte, een regelmaat,
waarop zoo goed als geen uitzonderingen bestaan. _~Gewoonlijk~ ben ik 's
avonds tusschen 7 en 8 het best te spreken._
~Meestal~ is het zwakst; het onderstelt wel een regel, maar voegt de
gedachte er bij, dat er nog wel eens uitzonderingen voorkomen. _Hij komt
~meestal~ te laat op school._ (~Gewoonlijk~ is sterker!)
* * * * *
_Beproef, of in onderstaande zinnen meer dan één woord kan worden
ingevuld en geef in zulke gevallen telkens de gewijzigde beteekenis op._
De menschen stellen -- hun eigen belang boven dat van anderen.
De vreemdelingen bezoeken -- de prachtige ruïne op den berg.
In de zomervacantie hebben wij -- elken dag regen gehad.
Na een vermoeiende reis heeft mijn zuster -- hoofdpijn.
Op een natten zomer volgt -- een mooi najaar.
Men vindt -- bij de hoogste standen het minste levensgeluk.
Bij een westenwind komt er -- regen.
Deze polders werden in den winter -- overstroomd.
De wereld wil -- bedrogen zijn.
»De ouderdom komt met gebreken, En wie zeven kruisjes telt, Weet er --
van te spreken."