_Spoedig zijn kalmte verliezend._
~Driftig~ duidt aan, dat men licht in drift geraakt (zie $Drift$); de
gemoedsbeweging is echter van geen langen duur.
~Opvliegend~ en ~oploopend~ wijzen er op, dat men van nature geneigd is,
spoedig in groote drift (d.i. toorn) te ontsteken; het is dus meer een
karaktertrek. Hierbij heeft ~opvliegend~ meer kracht dan ~oploopend~;
vliegen is immers sterker dan loopen. Wie dus dikwijls en om geringe
oorzaken driftig wordt, is oploopend of opvliegend.
Waarom kan men wel zeggen: hij _wordt_ driftig, maar niet hij _wordt_
oploopend of opvliegend?
* * * * *
Bij het hooren van die tijding, maakte hij zich vreeselijk --.
Mijn neef heeft een -- karakter: bij de minste oorzaak stuift hij
geweldig op.
Ik ga niet graag met zulk een -- mensch om.
Hoewel hij kalm van aard is, wordt hij toch ook wel eens --.
Een onderwijzer, die -- van natuur is, is weinig geschikt voor zijn
betrekking.