118. Driftig--oploopend--opvliegend.

_Spoedig zijn kalmte verliezend._

~Driftig~ duidt aan, dat men licht in drift geraakt (zie $Drift$); de

gemoedsbeweging is echter van geen langen duur.

~Opvliegend~ en ~oploopend~ wijzen er op, dat men van nature geneigd is,

spoedig in groote drift (d.i. toorn) te ontsteken; het is dus meer een

karaktertrek. Hierbij heeft ~opvliegend~ meer kracht dan ~oploopend~;

vliegen is immers sterker dan loopen. Wie dus dikwijls en om geringe

oorzaken driftig wordt, is oploopend of opvliegend.

Waarom kan men wel zeggen: hij _wordt_ driftig, maar niet hij _wordt_

oploopend of opvliegend?

* * * * *

Bij het hooren van die tijding, maakte hij zich vreeselijk --.

Mijn neef heeft een -- karakter: bij de minste oorzaak stuift hij

geweldig op.

Ik ga niet graag met zulk een -- mensch om.

Hoewel hij kalm van aard is, wordt hij toch ook wel eens --.

Een onderwijzer, die -- van natuur is, is weinig geschikt voor zijn

betrekking.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 134 / 279 题