_Zijn gevoelens of handelingen, die niet bekend waren, mededeelen._
~Bekennen~ duidt aan, dat men de bekentenis liever had verborgen
gehouden, maar door aandrang van buiten tot het mededeelen genoodzaakt
wordt. _De moordenaar moest tegenover zooveel deugdelijke bewijzen zijn
misdaad wel ~bekennen~._
~Belijden~ ziet meer op den innerlijken aandrang en gaat vooral met
een gevoel van berouw gepaard; het heeft dus een edeler beteekenis:
_Ootmoedig ~beleed~ hij zijn schuld._ Het wordt ook ten opzichte van
godsdienstige gevoelens gebruikt: _Zijn zonden ~belijden~._
* * * * *
Hij wil zijn ongelijk nog niet --, maar wij zullen er hem wel toe
brengen.
Met een verslagen hart -- hij voor God zijn schuld.
Ik moet eerlijk --, dat ik hierin misgetast heb.
Door de wroeging van zijn geweten aangegrepen, -- hij zijn schuld.
_Gebruik ook in zinnen:_ Bekentenis en belijdenis.