108. Vlijtig--ijverig--naarstig--nijver.

_Deze woorden duiden aan, dat men zich inspant om een of ander werk tot

stand te brengen._

Bij ~ijverig~ denkt men aan de opgewektheid en volharding, soms zelfs

aan de vurigheid, waarmee men werkt. _Een ~ijverig~ leerling tracht ook

de moeilijkste les te leeren._ (Het ligt in zijn aard, steeds zóó te

studeeren.)

~Vlijtig~ duidt aan, dat men de taak zoo spoedig mogelijk (dus zonder

oponthoud), maar ook zoo goed men kan afmaakt. _Hij zit ~vlijtig~ te

studeeren_ (d.w.z. hij studeert zonder zich te laten ophouden en spant

zich in, om alles zoo goed mogelijk te begrijpen; hij behoeft daarom

niet van nature met zooveel liefde voor de studie bezield te zijn,

zooals een ~ijverig~ student.)

~Naarstig~ komt weinig meer voor; men zegt het vooral nog van kinderen,

die niet speelsch zijn, maar hun goeden wil en oplettendheid toonen, om

het opgegeven werk naar behooren af te maken. Soms ook duidt het aan,

dat men voortdurend bezigheid zoekt, in plaats van ledig te zitten. _Zoo

traag deze jongen is, zoo ~naarstig~ is zijn zuster. Dat meisje is een

~naarstig~ kind; zij zit daar al weer te breien._

~Nijver~ wijst aan, dat men aanhoudend en met overleg werkt, om de

vruchten van zijn arbeid te kunnen plukken. _De ~nijvere~ bijen_

verzamelen reeds in den zomer haar voedsel voor den winter. Soms

beteekent het ook: geneigd tot industrie, bijv. _het ~nijvere~ Twente_.

* * * * *

Als gij -- doorwerkt, kunt gij van avond wel klaar zijn.

Gij moogt wel wat -- (vergr. trap) bij uw werk zijn; ik geloof, dat gij

er weinig lust in hebt.

Zij is een -- kind, men ziet haar bijna nooit ledig zitten.

De -- landman zag zijn moeiten met een rijken oogst beloond.

Van deze zaak is hij een -- voorstander.

Een -- hand met een sparigen tand koopt anderlui's land.

In die streek woont een -- bevolking.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 121 / 279 题