107. Sterven--overlijden--doodgaan--ontslapen.

_Ophouden te leven._

~Sterven~ drukt dit in 't algemeen uit; het heeft zoowel betrekking

op menschen als op dieren en planten. Van menschen wordt het vooral

gebruikt, als men de oorzaak van den dood opgeeft. _Deze man is van

hartzeer ~gestorven~._

~Doodgaan~ wordt uitsluitend van planten en dieren gezegd en alleen in

ruwe of platte taal ook van menschen.

~Overlijden~ heeft altijd betrekking op menschen; het woord beteekent

n.l. overgaan, d.i. in een ander, naar men hoopt, beter leven. (_Lijden_

van oudtijds _gaan_; vergelijk _verleden_ of _vergangen_ week.) Het

stelt dus het sterven minder hard voor ten opzichte der

achterblijvenden.

Ook ~ontslapen~ zegt men alleen van menschen; het beteekent kalm en

langzaam sterven, alsof men inslaapt; deze uitdrukking verzacht dus

eveneens het begrip van sterven.

* * * * *

Na het -- van zijn vader rustte op hem de plicht voor zijn jongeren

broeder te zorgen.

Het grootste deel van het leger -- van honger en gebrek.

Heden is in den ouderdom van 80 jaren mijn grootvader in zijn Heer en

Heiland zacht en kalm --.

Die plant zal wel --; je hebt haar niet goed behandeld.

Deze dichter is reeds op 25-jarigen leeftijd --.

Zalig zijn de dooden, die in den Heer --.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 120 / 279 题