103. Bouwen--opslaan--oprichten--stichten.

_Uit bouwstoffen een geheel vormen._

~Oprichten~ (letterlijk »omhoog heffen") gebruikt men, om aan te duiden,

dat iets uit den horizontalen in den verticalen stand moet komen: _een

standbeeld ~oprichten~_.--~Opslaan~ zegt men van tijdelijke verblijven,

die licht en dicht zijn en weinig moeite vereischen: _tenten

~opslaan~_.--~Bouwen~ gebruikt men van blijvende woningen, die uit

duurzamer stoffen en met grooter zorg worden samengesteld: _een school

~bouwen~_.--~Stichten~ zegt men van nog duurzamer en hechter gebouwen:

_een kerk ~stichten~_. (Een _stift_, d.i. _sticht_, heet een groot

gebouw voor geestelijken: klooster, abdij, enz.) Figuurlijk bezigt men

~stichten~ ook voor grondvesten: _een stad ~stichten~, een fonds voor

ouden van dagen ~stichten~; liefdadige ~stichtingen~_. Van vereenigingen

zegt men meer ~oprichten~.

* * * * *

Toen de cholera uitbrak, werden ijlings ziekenbarakken --.

Ons huis is in 1870 --.

De Handelsmaatschappij werd in 1824 --.

Jan van Riebeek heeft de volksplanting aan de Kaap --.

Ter eeuwige gedachtenis heeft men op de plaats, waar de koning

sneuvelde, een gedenkteeken --.

De beroemde Aya Sophia (de prachtige moskee te Konstantinopel en door

onzen dichter Schaepman meesterlijk bezongen) is door keizer Justinianus

--.

Jan van Nassau heeft de Unie van Utrecht --.

d' Aertsbouheer uit den stam

Van Campen rust hieronder,

Die 't raedhuis t' Amsterdam

-- heeft, 't achtste wonder.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 116 / 279 题