102. Aandachtig--oplettend--opmerkzaam.

_Zijn gedachte op iets gevestigd hebben._

~Aandachtig~ zegt eenvoudig, dat men zijn gedachten bij de zaak heeft,

dat men dus niet aan iets anders denkt.

~Oplettend~ is men, als men niet vluchtig over het gehoorde heenloopt,

maar zich moeite geeft het te overwegen; het onderstelt dus altijd

eenige inspanning van den geest, wat bij aandachtig niet direct noodig

is.

_Men luistert ~aandachtig~ naar een verhaal_, d.w.z. men heeft zijn

gedachten er bij, men denkt niet aan iets anders. _Men is ~oplettend~,

als er iets geleerd moet worden_; d.w.z. men is ook wel aandachtig, maar

men geeft zich tevens moeite de zaak te overdenken, om ze te begrijpen.

~Opmerkzaam~ wijst aan, dat men de zaak zoo goed mogelijk tracht te

begrijpen, door al haar kenmerken in hun onderling verband na te gaan,

opdat het gehoorde of gelezene in onzen geest worde opgenomen en

verwerkt. Men zoekt als het ware ~merk~teekens, die ons later den gang

der zaak gemakkelijk doen terugvinden.

De _aandachtige_ luistert; de _oplettende_ tracht het gehoorde te

begrijpen; de _opmerkzame_ neemt het in zijn geest als eigendom op. De

_aandachtige_ wordt bijv. door een sprookje of een muziekstuk geboeid en

vergeet alles om zich heen; de _oplettende_ tracht bijv. de verklaring

van een natuurverschijnsel goed te begrijpen; de _opmerkzame_ zal bijv.

een schilderij zoo nauwkeurig en met allerlei onderlinge vergelijkingen

beschouwen, dat hij haar uit het hoofd kan nateekenen.

* * * * *

De vergadering luisterde -- naar de voorlezing der notulen.

Hij beschouwde het gebouw zoo --, dat hij er thuis een welgelijkende

schets van maakte.

Hij bekeek het gebouw zoo --, dat hij niet eens mijn nadering bemerkte.

(Hier wordt dus blootweg te kennen gegeven, dat al zijn gedachten op het

gebouw gericht waren.)

Het kenmerk van deelbaarheid, dat ik thans zal bewijzen, is vrij

ingewikkeld; gij moogt dus wel -- zijn.

Toen ik met hem voor het eerst door het bosch wandelde, keek hij zoo --

rond, dat hij den volgenden keer alleen den weg kon vinden.

Hij was onder de rede van den voorzitter zoo -- geweest, dat hij haar

bijna woordelijk kon opzeggen.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 115 / 279 题