_In deerniswaardigen toestand verkeerende._
Bij ~ellendig~ denken wij hoofdzakelijk aan den ongelukkigen toestand,
waarin iemand verkeert. _De rijke man leed aan een verschrikkelijke
kwaal; eerst de dood maakte een einde aan zijn ~ellendig~ leven._
(»Ellendig" beteekent letterlijk »anderlandig", d.i. de toestand van
een balling; _el_ vindt men ook nog in _elders_.)
~Armzalig~ wijst aan, dat de ellendige toestand tevens ons medelijden
opwekt. _Deze arbeider slooft van den vroegen morgen tot den laten avond
om zijn ~armzalig~ bestaan te rekken._
~Ellendig~ en ~armzalig~ zien op personen, zaken of toestanden,
~kommervol~ wordt uitsluitend in betrekking tot menschen gebruikt; het
wijst aan, dat iemand veel kommer, veel zorg, verdriet of gebrek heeft.
_Niettegenstaande al zijn goud had hij toch een ~kommervol~ leven, daar
zijn eenige zoon voortdurend zijn levensvreugde vergalde._
Figuurlijk gebruikt duiden ~armzalig~ en ~ellendig~ ook personen of
zaken op minachtende wijze aan. _Dat ~ellendig~ gehaspel moet nu maar
uit zijn. Voor een ~armzalige~ duizend gulden heeft hij zijn vriend
verraden._
* * * * *
Bij dien brand verloren drie menschen -- het leven.
Wij traden de -- hut binnen en vonden den zieke in een -- toestand.
Zijn -- leven heeft hem reeds vóór zijn jaren oud gemaakt.
Die -- kerel heeft al heel wat menschen op schandelijke wijze bedrogen.
Voor een paar -- guldens zou hij een moord plegen.