_Door een of andere eigenschap onder sterken invloed van een ander
komen._
~Bekoren~ wil zeggen, dat de persoon (of zaak) zich geheel meester van
onze zinnen maakt en wij daardoor geheel onder den invloed komen. _De
arme dwaas liet zich geheel door den schijn ~bekoren~._ Het gevolg van
dezen toestand wordt aangeduid door ~verrukking~ en ~vervoering~.
~Verrukken~ wijst aan, dat de bekoring ons in een hoogst aangenamen
toestand brengt, terwijl ~vervoeren~ te kennen geeft, dat wij ons tot
buitensporigheden laten verleiden. _Hij was geheel en al ~verrukt~ door
de voorkomende behandeling.--Door zijn onbegrensde heerschzucht liet
Napoleon zich ~vervoeren~ den tocht naar Rusland te ondernemen,
niettegenstaande het barre jaargetijde ophanden was._
* * * * *
Wien zou zoo'n heerlijke zomeravond niet --?
In zijn ijver voor de goede zaak liet hij zich zoozeer --, dat hij
onwellevend werd.
Ik was zeer -- door dit onverwachte succes.
Zulk een eenzaam leven zou mij niet kunnen --.
De vreugde over de behaalde overwinning liet hem tot allerlei dwaze
dingen --.
Geheel -- staarde hij langen tijd het portret zijner moeder aan.
»Dan klimmen wij de heuvlen vroolijk op, En staren, diep --, van hunnen
top."