89. Bekoren--verrukken--vervoeren.

_Door een of andere eigenschap onder sterken invloed van een ander

komen._

~Bekoren~ wil zeggen, dat de persoon (of zaak) zich geheel meester van

onze zinnen maakt en wij daardoor geheel onder den invloed komen. _De

arme dwaas liet zich geheel door den schijn ~bekoren~._ Het gevolg van

dezen toestand wordt aangeduid door ~verrukking~ en ~vervoering~.

~Verrukken~ wijst aan, dat de bekoring ons in een hoogst aangenamen

toestand brengt, terwijl ~vervoeren~ te kennen geeft, dat wij ons tot

buitensporigheden laten verleiden. _Hij was geheel en al ~verrukt~ door

de voorkomende behandeling.--Door zijn onbegrensde heerschzucht liet

Napoleon zich ~vervoeren~ den tocht naar Rusland te ondernemen,

niettegenstaande het barre jaargetijde ophanden was._

* * * * *

Wien zou zoo'n heerlijke zomeravond niet --?

In zijn ijver voor de goede zaak liet hij zich zoozeer --, dat hij

onwellevend werd.

Ik was zeer -- door dit onverwachte succes.

Zulk een eenzaam leven zou mij niet kunnen --.

De vreugde over de behaalde overwinning liet hem tot allerlei dwaze

dingen --.

Geheel -- staarde hij langen tijd het portret zijner moeder aan.

»Dan klimmen wij de heuvlen vroolijk op, En staren, diep --, van hunnen

top."

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 102 / 279 题