_Deze woorden duiden aan, dat iemand blijkens zijn daden geen hoogen
dunk van zich zelven heeft._
~Nederig~ zegt omtrent de beweegredenen niets; het drukt evenwel zeer
sterk uit, dat de bescheidenheid uit uiterlijke blijken spreekt, zoodat
alle pracht en trotschheid verre blijft. _Hij is ~nederig~ gekleed.--In
een ~nederige~ woning vindt men soms meer geluk dan in een trotsch
paleis._
~Deemoedig~ onderstelt schuldgevoel, terwijl ~ootmoedig~ de bijgedachte
heeft, dat men zijn eigen kleinheid of nietigheid diep gevoelt. _Hij
smeekte God ~deemoedig~ om vergeving; hij onderwierp zich ~ootmoedig~
aan Zijn wil._
* * * * *
Met een -- hart beleed de berouwhebbende zoon zijn schuld.
Hoe hoog M. Az. de Ruyter ook klom, hij bleef altijd even --; ja van
zijn grootste overwinningen gaf hij Gode -- de eer.
De zondaar lag -- in het stof gebogen en bad God -- om vergiffenis.
In Hoofts tijd eindigde men de brieven vaak met: »Blijve UEd. --
dienaar".
Hij is te -- om zich zóó te laten huldigen.
Met knagend zelfverwijt in het hart keerde hij eindelijk -- naar zijn
ouders terug.