_De uitwerking, die ontvangen weldaden op ieder rechtschapen gemoed
maken._
~Erkentelijkheid~ onderstelt, dat men gaarne tot een of anderen
wederdienst bereid is. _Uit ~erkentelijkheid~ voor uw medewerking bied
ik u hierbij een present-exemplaar van mijn werk aan._
~Dankbaarheid~ heeft de bijgedachte, dat de weldoener voor ons te hoog
staat om hem met een wederdienst te beloonen. _Men is God voor Zijn vele
weldaden ~dankbaarheid~ verschuldigd._
Dankbaarheid is dus sterker dan erkentelijkheid; daarom zegt men in 't
dagelijksch leven uit beleefdheid voor een bewezen dienst: »Ik ben u
_dankbaar_"; sprak men van »erkentelijkheid", dan zou men de gedachte
opwekken, dat men de bewezen goedheid wilde beloonen en daardoor zou men
haar waarde verminderen.
~Verplichting~ gebruikt men, als men zedelijk tot erkentelijkheid
verplicht, d.i. gedwongen is. _Daar ik aan hem zeer veel ~verplichting~
heb, wil ik hem niet in het minst tegenwerken._
* * * * *
Ik was mijn ouders zeer -- voor het fraaie geschenk.
De -- van een kind jegens zijn ouders is zeer groot.
Uit -- voor de vele diensten den lande bewezen liet de Regeering den
zeeheld op 's lands kosten begraven.
-- bezielde de muis, toen de leeuw haar de vrijheid schonk; toen zij
later de mazen van het net doorknaagde, bewees zij hem haar -- voor die
daad.
De drenkeling besefte diep de --, die hij jegens den redder zijns levens
had.
Loof den Heer met -- voor Zijn vele gaven.
Ik ben mijn leermeester nog altijd -- voor de nuttige lessen, die hij
mij gaf.
Ik gevoel levendig de --, die ik tegenover mijn pleegouders heb.
Gebruik nu in zinnen: dankbaar, erkentelijk, verplicht.