77. Dankbaarheid--erkentelijkheid--verplichting.

_De uitwerking, die ontvangen weldaden op ieder rechtschapen gemoed

maken._

~Erkentelijkheid~ onderstelt, dat men gaarne tot een of anderen

wederdienst bereid is. _Uit ~erkentelijkheid~ voor uw medewerking bied

ik u hierbij een present-exemplaar van mijn werk aan._

~Dankbaarheid~ heeft de bijgedachte, dat de weldoener voor ons te hoog

staat om hem met een wederdienst te beloonen. _Men is God voor Zijn vele

weldaden ~dankbaarheid~ verschuldigd._

Dankbaarheid is dus sterker dan erkentelijkheid; daarom zegt men in 't

dagelijksch leven uit beleefdheid voor een bewezen dienst: »Ik ben u

_dankbaar_"; sprak men van »erkentelijkheid", dan zou men de gedachte

opwekken, dat men de bewezen goedheid wilde beloonen en daardoor zou men

haar waarde verminderen.

~Verplichting~ gebruikt men, als men zedelijk tot erkentelijkheid

verplicht, d.i. gedwongen is. _Daar ik aan hem zeer veel ~verplichting~

heb, wil ik hem niet in het minst tegenwerken._

* * * * *

Ik was mijn ouders zeer -- voor het fraaie geschenk.

De -- van een kind jegens zijn ouders is zeer groot.

Uit -- voor de vele diensten den lande bewezen liet de Regeering den

zeeheld op 's lands kosten begraven.

-- bezielde de muis, toen de leeuw haar de vrijheid schonk; toen zij

later de mazen van het net doorknaagde, bewees zij hem haar -- voor die

daad.

De drenkeling besefte diep de --, die hij jegens den redder zijns levens

had.

Loof den Heer met -- voor Zijn vele gaven.

Ik ben mijn leermeester nog altijd -- voor de nuttige lessen, die hij

mij gaf.

Ik gevoel levendig de --, die ik tegenover mijn pleegouders heb.

Gebruik nu in zinnen: dankbaar, erkentelijk, verplicht.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 88 / 279 题