_Een werking of toestand doen voortduren._
~Aanhouden~ drukt alleen uit, dat de werking bestendig blijft voortgaan,
dus zonder tusschenpoozen of zonder vermindering van kracht voortduurt.
_De regen blijft maar ~aanhouden~; ik geloof niet, dat het vandaag nog
droog wordt._
~Volharden~ wijst er op, dat de werking niet wordt gestaakt ondanks
de groote bezwaren, die zich voordoen of de verzoekingen, die ons
aanlokken; bij volharden is dus een vaste _wil_ noodig en het kan alzoo
alleen van personen gezegd worden. _De Nederlanders zijn langzaam in het
ontwerpen, maar ~volhardend~ in de uitvoering_ (d.w.z. de Nederlanders
_willen_ een eenmaal aangevangen arbeid niet opgeven).
~Volhouden~ duidt aan, dat men met de werking niet uitscheidt, voordat
zij is afgeloopen of het doel bereikt is. Ook dit woord kan dus alleen
van personen gezegd worden (of van dieren in fabels). _Hij ~hield~
zoolang ~vol~ met solliciteeren, tot hij geplaatst werd._
* * * * *
De -- wint.
De ezel stookte den vos op, om met schoppen en slaan zoolang --, totdat
deze niet meer behoefde te trekken.
Hoewel velen hem tot andere gedachten zochten te brengen, -- hij bij
zijn plan.
Hij heeft langen tijd met verzoeken om traktementsverhooging --, maar
zijn patroon -- in het weigeren.
De -- drop holt den hardsten steen uit.
Niettegenstaande een ander reeds lang den moed had opgegeven, bleef mijn
broeder -- en zag ten laatste werkelijk zijn moeite beloond.
Hoezeer men den jongen christen met den marteldood dreigde, hij -- in
zijn geloof.
De vorst blijft maar --, zoodat de scheepvaart gestremd is.