75. Gissen--veronderstellen--vermoeden.

_Iets voor waarschijnlijk houden, hoewel men geen volkomen zekerheid

heeft._

Neemt men iets als zeker aan, dat nog niet bewezen is, dan spreekt men

van ~veronderstellen~, meestal om er gevolgtrekkingen uit te maken.

_Daar ik ~veronderstel~, dat hij eerlijk is, durf ik hem wel in mijn

dienst nemen. Men ~veronderstelt~, dat het licht een trilling van den

aether is._

Heeft men eenige zekerheid omtrent de waarheid, van wat men

veronderstelt, dan spreekt men van ~vermoeden~. _De geleerden

~vermoeden~, dat in den loop der tijden de bodem van ons land gedaald

is; men heeft ten minste in Holland op vrij groote diepte boomen

gevonden, die alleen in drogen grond konden groeien._

~Gissen~ drukt uit, dat men uit de vele veronderstellingen de

waarschijnlijkste kiest. _Het bevreemdt mij wel, dat hij niet gekomen

is; ik ~gis~ echter, dat hij plotseling ongesteld is geworden_ (d.i. ik

heb er wel geen enkel bewijs voor, maar daar hij anders nooit wegblijft,

zou ik die veronderstelling voor de waarschijnlijkste houden).

* * * * *

Ik --, dat hij wel voor zijn examen zal slagen; hij heeft althans steeds

met ijver gestudeerd.

Ik --, dat hij voor het examen van onderwijzer wel zal slagen, en zal

daarom reeds naar een betrekking voor hem uitzien.

Ik --, dat hij uit boosheid niet gekomen is; hij kan zich ten minste

zeer driftig maken.

De aanwezigheid van de groote planeet Neptunus werd reeds lang vóór de

ontdekking door een paar sterrekundigen --.

Ik -- bij mijn lezers voldoende kennis der Fransche taal om de

aanhalingen onvertaald te laten.

Over het doel van de ontmoeting der beide keizers werden door de

dagbladen wel allerlei -- gedaan, maar geen enkele bevredigde het

publiek.

Bij een slinger moet gij --, dat hij geen gewicht heeft.

Kunt gij ook niet eenigszins --, waarom hij kwaad op mij is?

»Wie ooit de toekomst -- moog', Wat wezen zal, is voor ons oog In

duistren nacht verborgen."

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 86 / 279 题