_Iets voor waarschijnlijk houden, hoewel men geen volkomen zekerheid
heeft._
Neemt men iets als zeker aan, dat nog niet bewezen is, dan spreekt men
van ~veronderstellen~, meestal om er gevolgtrekkingen uit te maken.
_Daar ik ~veronderstel~, dat hij eerlijk is, durf ik hem wel in mijn
dienst nemen. Men ~veronderstelt~, dat het licht een trilling van den
aether is._
Heeft men eenige zekerheid omtrent de waarheid, van wat men
veronderstelt, dan spreekt men van ~vermoeden~. _De geleerden
~vermoeden~, dat in den loop der tijden de bodem van ons land gedaald
is; men heeft ten minste in Holland op vrij groote diepte boomen
gevonden, die alleen in drogen grond konden groeien._
~Gissen~ drukt uit, dat men uit de vele veronderstellingen de
waarschijnlijkste kiest. _Het bevreemdt mij wel, dat hij niet gekomen
is; ik ~gis~ echter, dat hij plotseling ongesteld is geworden_ (d.i. ik
heb er wel geen enkel bewijs voor, maar daar hij anders nooit wegblijft,
zou ik die veronderstelling voor de waarschijnlijkste houden).
* * * * *
Ik --, dat hij wel voor zijn examen zal slagen; hij heeft althans steeds
met ijver gestudeerd.
Ik --, dat hij voor het examen van onderwijzer wel zal slagen, en zal
daarom reeds naar een betrekking voor hem uitzien.
Ik --, dat hij uit boosheid niet gekomen is; hij kan zich ten minste
zeer driftig maken.
De aanwezigheid van de groote planeet Neptunus werd reeds lang vóór de
ontdekking door een paar sterrekundigen --.
Ik -- bij mijn lezers voldoende kennis der Fransche taal om de
aanhalingen onvertaald te laten.
Over het doel van de ontmoeting der beide keizers werden door de
dagbladen wel allerlei -- gedaan, maar geen enkele bevredigde het
publiek.
Bij een slinger moet gij --, dat hij geen gewicht heeft.
Kunt gij ook niet eenigszins --, waarom hij kwaad op mij is?
»Wie ooit de toekomst -- moog', Wat wezen zal, is voor ons oog In
duistren nacht verborgen."