73. Plaats--plek--oord.

_Een deel der ruimte._

~Oord~ heeft de meest algemeene beteekenis; het doet denken aan een

eenigszins uitgestrekte ruimte, waarvan men de grenzen niet nauwkeurig

opgeeft. _De trekvogels zoeken in het najaar een warmer ~oord~ op._

~Plaats~ ziet meer op een begrensd deel der ruimte, soms ook op een

nederzetting van menschen (dorp, stad, buurt, enz.), terwijl ~plek~

bovendien aanduidt, dat die ruimte betrekkelijk klein is. _Ieder

lichaam neemt ~plaats~ in_ (d.w.z. een begrensd deel der ruimte;

_oord_ of _plek_ kan dus niet dienen). _In zijn ~plaats~ zou ik anders

handelen._ (Hier is _~plaats~_ figuurlijk gebruikt naar aanleiding van

de letterlijke beteekenis, dat iemand plaats inneemt.) _Op de Veluwe

vindt men niet vele groote ~plaatsen~. Dit ~plekje~ in het bosch is ons

dierbaar_ (een kleine plaats).

* * * * *

De --, waar het geld verborgen ligt, kan niemand terugvinden.

In Amerika vindt men vele onherbergzame --.

In ons land wordt nog op vele -- die gewoonte gevolgd.

O dierbaar -- grond, waar eens mijn wieg op stond.

Vele Boeren verlieten hun land om een rustiger -- op te zoeken.

Hij is hier de rechte man op de rechte --.

Op deze -- moet eens een kapel gestaan hebben.

In zulk een afgelegen -- zou ik niet kunnen wonen.

Op de --, waar thans de Dollart golft, vond men vroeger welvarende

dorpen. (Waarom is _plek_ hier niet juist?)

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 84 / 279 题