_Zijn gevoelen doen blijken._
~Betuigen~ geschiedt door verzekeringen, door verklaringen, dus door
woorden. _Hij ~betuigde~ mij in hartelijke bewoordingen zijn
vriendschap._
~Betoonen~ is sterker: het onderstelt, dat men door zichtbare teekenen,
bijv. door daden, van zijn gevoelen blijk geeft. _Hij ~betoonde~ mij
zijn vriendschap, door mij in mijn ziekte vaak te bezoeken._
~Bewijzen~ komt vrijwel met betoonen overeen; alleen is het iets
sterker, doordat het doet denken aan overtuigende bewijzen. _Hij
~bewees~ mij zijn vriendschap, door mij in den nood getrouw bij te
staan._
* * * * *
Hij -- wel zijn onschuld, maar hij kon ze niet --.
De misdadiger was zeer bedroefd en -- daardoor berouw te hebben over het
gebeurde.
Hij -- mij in een langen brief zijn leedwezen over de beleediging, die
hij mij aangedaan had.
Jan van Schaffelaar -- zijn waren heldenmoed, door zich onverschrokken
van den toren te werpen.
De Tweede Kamer -- haar deelneming in het overlijden van haar medelid in
een brief van rouwbeklag aan de weduwe. Zij -- haar deelneming, door de
zitting als teeken van rouw op te heffen.
De regeering --, dat zij de verdiensten van den gesneuvelden held hoog
waardeerde, door op zijn graf een prachtig gedenkteeken op te richten.