63. Achting--eerbied--ontzag.

_'t Gevoel, dat iemands voortreffelijkheid of meerderheid ons

inboezemt._

~Achting~ draagt men iemand toe, als men zijn voortreffelijke

hoedanigheden erkent en hem daarom eert. _Door deze edelmoedige

zelfopoffering verwierf de held zich de ~achting~ van alle medeburgers,

ja zelfs van zijn vijanden._

~Eerbied~ onderstelt, dat men iemands meerderheid levendig gevoelt en

hem dit door betooning van hulde en eer op eenigszins onderdanige wijze

duidelijk bewijst. Een request aan regeeringspersonen begint meestal:

_Geeft met verschuldigden ~eerbied~ te kennen_, enz.

~Ontzag~ is de eerbied, dien men voor zijn meerderen gevoelt; het gaat

min of meer gepaard met een gevoel van vrees, daar zij ons voor onze

tekortkomingen en overtredingen kunnen straffen. _Geloofd zij God met

diepst ~ontzag~!_ (Waarom _diepst_, en niet _hoogst_?)

* * * * *

Gij moet den ouderdom met -- bejegenen.

Door zijn strenge straffen wilde Alva -- inboezemen.

De burgemeester verwierf zich door zijn uitstekend bestuur spoedig de --

aller ingezetenen.

Met diepen -- naderde de afgezant den koning.

Onder de zwakke opvolgers van Karel den Grooten ging spoedig het -- voor

den vorst verloren.

Toen het bekend werd, dat Leicester met den vijand in het geheim

onderhandelde, verloor hij weldra ieders --.

Zoodra de koning de vergaderzaal binnentrad, verhieven zich alle leden

ten teeken van -- van hun zetel.

Deze leerlingen schijnen weinig -- voor hun onderwijzer te hebben; zij

zouden anders ten minste met meer -- over hem spreken.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 73 / 279 题