_'t Gevoel, dat iemands voortreffelijkheid of meerderheid ons
inboezemt._
~Achting~ draagt men iemand toe, als men zijn voortreffelijke
hoedanigheden erkent en hem daarom eert. _Door deze edelmoedige
zelfopoffering verwierf de held zich de ~achting~ van alle medeburgers,
ja zelfs van zijn vijanden._
~Eerbied~ onderstelt, dat men iemands meerderheid levendig gevoelt en
hem dit door betooning van hulde en eer op eenigszins onderdanige wijze
duidelijk bewijst. Een request aan regeeringspersonen begint meestal:
_Geeft met verschuldigden ~eerbied~ te kennen_, enz.
~Ontzag~ is de eerbied, dien men voor zijn meerderen gevoelt; het gaat
min of meer gepaard met een gevoel van vrees, daar zij ons voor onze
tekortkomingen en overtredingen kunnen straffen. _Geloofd zij God met
diepst ~ontzag~!_ (Waarom _diepst_, en niet _hoogst_?)
* * * * *
Gij moet den ouderdom met -- bejegenen.
Door zijn strenge straffen wilde Alva -- inboezemen.
De burgemeester verwierf zich door zijn uitstekend bestuur spoedig de --
aller ingezetenen.
Met diepen -- naderde de afgezant den koning.
Onder de zwakke opvolgers van Karel den Grooten ging spoedig het -- voor
den vorst verloren.
Toen het bekend werd, dat Leicester met den vijand in het geheim
onderhandelde, verloor hij weldra ieders --.
Zoodra de koning de vergaderzaal binnentrad, verhieven zich alle leden
ten teeken van -- van hun zetel.
Deze leerlingen schijnen weinig -- voor hun onderwijzer te hebben; zij
zouden anders ten minste met meer -- over hem spreken.