_Iemand tot andere gedachten brengen._
~Overreden~ wil zeggen: iemand door redeneering zoover brengen, dat
hij het een of ander doet of toestaat, waarvan hij te voren niet wilde
weten. _Het kostte ons veel moeite hem te ~overreden~, de benoeming van
voorzitter aan te nemen._
~Overhalen~ is niet zoo sterk als overreden; het onderstelt minder
klemmende redeneering en duidt meer op goed gekozen woorden of
verleidelijke voorstellen. Het wordt dus meer van alledaagsche zaken
gebezigd en kan ook een ongunstige beteekenis hebben. _Ik heb hem
~overgehaald~ nog een week zijn reis uit te stellen. Hij liet zich door
de dieven spoedig ~overhalen~ het gestolene in zijn woning te
verbergen._
~Overtuigen~ ziet niet zoozeer op de daden van iemand, als wel op zijn
meening, zijn inzicht. Het wil zeggen: iemand door grondige bewijzen
brengen tot de erkenning, dat hetgeen wij zeggen, volkomen waar is. Het
onderstelt meestal, dat wij zijn bedenkingen eerst moeten weerleggen,
alvorens hij de waarheid onzer woorden wil aannemen. _Ik heb hem
eindelijk ~overtuigd~, dat zijn levenswijze zijn gezondheid moet
ondermijnen in plaats van die te bevorderen._
* * * * *
De verleider wist hem spoedig --, mee te doen.
Men heeft hem reeds lang te vergeefs willen -- geheelonthouder te
worden; eerst toen men hem eindelijk -- had, dat de alcohol vooral voor
zijn gestel zeer schadelijk is, heeft hij zich als lid laten
inschrijven.
Hoewel hij geheelonthouder is, heeft hij zich in een zwak oogenblik
laten --, een glas wijn te drinken.
Men kon hem niet --, de candidatuur voor den gemeenteraad te aanvaarden.
Wij trachtten hem wel te --, dat een man van zijn kennis en ervaring in
den Raad onmisbaar was, maar hij bleef bij zijn voornemen.
De gevangene wist den cipier --, hem bij de ontvluchting behulpzaam te
zijn.