62. Overtuigen--overreden--overhalen.

_Iemand tot andere gedachten brengen._

~Overreden~ wil zeggen: iemand door redeneering zoover brengen, dat

hij het een of ander doet of toestaat, waarvan hij te voren niet wilde

weten. _Het kostte ons veel moeite hem te ~overreden~, de benoeming van

voorzitter aan te nemen._

~Overhalen~ is niet zoo sterk als overreden; het onderstelt minder

klemmende redeneering en duidt meer op goed gekozen woorden of

verleidelijke voorstellen. Het wordt dus meer van alledaagsche zaken

gebezigd en kan ook een ongunstige beteekenis hebben. _Ik heb hem

~overgehaald~ nog een week zijn reis uit te stellen. Hij liet zich door

de dieven spoedig ~overhalen~ het gestolene in zijn woning te

verbergen._

~Overtuigen~ ziet niet zoozeer op de daden van iemand, als wel op zijn

meening, zijn inzicht. Het wil zeggen: iemand door grondige bewijzen

brengen tot de erkenning, dat hetgeen wij zeggen, volkomen waar is. Het

onderstelt meestal, dat wij zijn bedenkingen eerst moeten weerleggen,

alvorens hij de waarheid onzer woorden wil aannemen. _Ik heb hem

eindelijk ~overtuigd~, dat zijn levenswijze zijn gezondheid moet

ondermijnen in plaats van die te bevorderen._

* * * * *

De verleider wist hem spoedig --, mee te doen.

Men heeft hem reeds lang te vergeefs willen -- geheelonthouder te

worden; eerst toen men hem eindelijk -- had, dat de alcohol vooral voor

zijn gestel zeer schadelijk is, heeft hij zich als lid laten

inschrijven.

Hoewel hij geheelonthouder is, heeft hij zich in een zwak oogenblik

laten --, een glas wijn te drinken.

Men kon hem niet --, de candidatuur voor den gemeenteraad te aanvaarden.

Wij trachtten hem wel te --, dat een man van zijn kennis en ervaring in

den Raad onmisbaar was, maar hij bleef bij zijn voornemen.

De gevangene wist den cipier --, hem bij de ontvluchting behulpzaam te

zijn.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 72 / 279 题