_Zich van iets ontdoen, om er iets anders voor in de plaats te nemen._
~Verruilen~ wil zeggen, dat de handeling opzettelijk en met eens anders
toestemming geschiedt, terwijl het verruilde voorwerp een anderen
eigenaar krijgt. _Ik heb mijn kleurdoos tegen zijn passerdoos
~verruild~._
~Verwisselen~ duidt aan, dat daarbij niet de toestemming van een ander
wordt vereischt, terwijl de handeling ook zonder opzet kan geschieden.
Bovendien kan men slechts gelijksoortige zaken verwisselen. _Bij
vergissing had ik mijn hoed tegen den zijnen ~verwisseld~._ (De
handeling is toevallig.)--_Kinderen, ~verwisselt~ de leien!_ (De
handeling is wel opzettelijk, maar elkanders toestemming is niet
vereischt; ook veranderen de leien niet van eigenaars.) Wat beteekent:
De kinderen _verruilen_ de leien?
* * * * *
Zij -- spoedig haar balcostuum tegen een huisjapon.
De beide ontvangers hebben van standplaats --.
In vroeger tijd dreef men uitsluitend --handel.
De kinderen spelen vaak »boompje --".
Ik zou met al zijn geld toch niet graag met hem --.
De Zuidelijke Nederlanden zijn nog al eens vaak van naam --.
Engeland heeft Helgoland tegen een deel van Afrika --.
De beide vrouwen, die voor Salomo's vierschaar verschenen, hadden
elkanders kinderen --.