_Nalaten, wat men behoorde te doen._
~Verwaarloozen~ beteekent: niet meer voor iets zorgen, zoodat het
bederft of onbruikbaar wordt. _Hij heeft zijn tuin zoo laten
~verwaarloozen~, dat er haast niets meer dan onkruid in groeit._
~Verzuimen~ ziet op het nalaten van een of andere plicht. _Gij hebt
zeker weer ~verzuimd~ den brief te frankeeren._
* * * * *
De regenten lieten de vestingen zoo --, dat de grachten dichtgroeiden en
de kanonnen op de wallen verroestten.
Ik heb schandelijk --, u van mijn vertrek in kennis te stellen.
Wat ziet dat kind er -- uit.
Men beschuldigde de Gouvernante, dat zij opzettelijk de vloot liet --,
om ons land des te gemakkelijker aan Engeland te kunnen overleveren.
Deze valsche beschuldiging, dat zij haar plicht --, griefde haar diep.
Gij hebt heel wat --, door de uitvoering niet bij te wonen. (Het was dus
uw plicht geweest te komen.)