_Nog onbedorven, niet oud._
~Versch~ duidt aan, dat iets nog alle eigenschappen bezit, die het
gevolg zijn van zijn nog kort bestaan. _Dit vleesch is nog ~versch~_
(het is nog niet bedorven of oud; het bestaat n.l. nog pas, d.w.z. de
koe is pas geslacht); _een ~versch~ ei_.
~Frisch~ duidt aan, dat iets er jong of jeugdig uitziet, zonder het
daardoor nog te zijn; het nadert zoodoende de beteekenis van: sterk,
vol leven, gezond. _Na een rustigen slaap gevoelt men zich weer
~frisch~.--Een ~frissche~ kleur; ~frissche~ rozen._--Soms ook is het
synoniem met verkoelend: _een ~frissche~ wind_.
* * * * *
Een glas -- melk is een gezonde drank. Een glas -- water is in den zomer
aangenaam.
De veldheer liet -- troepen aanrukken.
Die man ziet er nog -- uit, al is hij reeds op jaren.
Hier heb ik een bouquet -- bloemen.
Dit vleesch schijnt mij niet -- meer.
Al is in den winter -- lucht soms ook wat --, zij is daarom toch
onmisbaar.
Op den wand zag men een -- gemetselde plek, waarachter de huisheer zijn
geld verstopt had.
Er woei een -- koelte.
Een glas citroen is 's zomers een -- drank.