56. Frisch--versch.

_Nog onbedorven, niet oud._

~Versch~ duidt aan, dat iets nog alle eigenschappen bezit, die het

gevolg zijn van zijn nog kort bestaan. _Dit vleesch is nog ~versch~_

(het is nog niet bedorven of oud; het bestaat n.l. nog pas, d.w.z. de

koe is pas geslacht); _een ~versch~ ei_.

~Frisch~ duidt aan, dat iets er jong of jeugdig uitziet, zonder het

daardoor nog te zijn; het nadert zoodoende de beteekenis van: sterk,

vol leven, gezond. _Na een rustigen slaap gevoelt men zich weer

~frisch~.--Een ~frissche~ kleur; ~frissche~ rozen._--Soms ook is het

synoniem met verkoelend: _een ~frissche~ wind_.

* * * * *

Een glas -- melk is een gezonde drank. Een glas -- water is in den zomer

aangenaam.

De veldheer liet -- troepen aanrukken.

Die man ziet er nog -- uit, al is hij reeds op jaren.

Hier heb ik een bouquet -- bloemen.

Dit vleesch schijnt mij niet -- meer.

Al is in den winter -- lucht soms ook wat --, zij is daarom toch

onmisbaar.

Op den wand zag men een -- gemetselde plek, waarachter de huisheer zijn

geld verstopt had.

Er woei een -- koelte.

Een glas citroen is 's zomers een -- drank.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 66 / 279 题