50. Breed--ruim--wijd.

_Het tegengestelde van bekrompen._

~Ruim~ wil zeggen, dat men zich naar _alle_ zijden gemakkelijk kan

bewegen, terwijl ~breed~ dit alleen van één afmeting zegt. Een _breede_

gang, een _ruime_ kamer.

~Wijd~ geeft hetzelfde als breed aan, maar heeft de bijbeteekenis, dat

er veel of zelfs te veel plaats is voor een of ander voorwerp: een

_wijde_ mouw, den havenmond _verwijden_.

* * * * *

Men heeft op dezen berg een -- vergezicht.

Hij vat zijn taak -- op.

Die jas is u wel wat --.

Hij heeft een -- inzicht in die zaak.

Iets in den -- uitmeten.

Een oneerlijk mensch heeft een -- geweten: »men kan er met paard en

wagen in omdraaien."

Vele bewandelen den -- weg der zonde.

»Het -- hemelrond Vertelt met blijden mond Gods eer en heerlijkheid."

Van zulk een inkomen kan men -- leven.

Hij verliet met zijn vaderlijk erfdeel het ouderlijk huis en trok de --

wereld in.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 59 / 279 题