_Niet hard._
~Week~ duidt aan, dat iets gevoelig is voor indrukken: de _weeke_ klei;
een _week_ gemoed.
~Zacht~ stelt meer het aangename gevoel, dat de aanraking geeft, op den
voorgrond: het _zachte_ fluweel, een _zacht_ gemoed (d.i. aangenaam in
den omgang).
* * * * *
Een -- windje lispelde door de bladeren.
Ik wist niet, dat hij zoo -- van hart was, zoodat hij geen lijden kan
zien.
»En Neerlands -- grond hijgde onder 't wicht van wee."
Wij hebben dit jaar een -- winter gehad.
De boter is door de warmte erg -- geworden.
Een dokter moet niet --, wel -- van gemoed zijn.