_Wat buiten het gewone verkeer is._
~Afgelegen~ duidt aan, dat een of andere plaats moeilijk te bereiken is,
doordat zij ver van alle verkeerswegen ligt. _Hij woont in een
~afgelegen~ hoekje van Drente._
~Eenzaam~ wil zeggen: zonder gezelschap of bezoek. Op een afgelegen
plaats is ook weinig verkeer en is het er dus tevens eenzaam, daar men
er afgezonderd moet leven. Toch behoeft eenzaam niet altijd met het
begrip van afgelegen verbonden te zijn; iemand kan te midden van een
drukke stad toch een eenzaam leven leiden.
* * * * *
Hij werd tot straf naar een -- eiland verbannen.
Ik vind den weg naar dit dorpje zeer --.
Ik mag gaarne over de -- heide dwalen.
Hoe meer buurtsporen worden aangelegd, hoe meer de -- streken van
voorheen bezocht worden.
Hoewel hij een -- leven leidde, gevoelde hij zich toch niet alleen, daar
hij in zijn boeken zijn beste vrienden vond.
»De leeuwerik zingt op de -- heide."