_Zijn gedachten of zijn meening over iets te kennen geven._
~Aanmerken~ veronderstelt een afkeurend oordeel. _Ik heb zooveel op den
inhoud van dit boek ~aan te merken~, dat ik het werk niemand kan
aanbevelen._
~Opmerken~ heeft een meer gunstige beteekenis; het onderstelt, dat men
op iets opmerkzaam maakt, hetgeen een ander over 't hoofd ziet en toch
van min of meer belang is. _Mag ik even ~opmerken~, dat men op dien
datum het schoolfeest niet kan houden, daar die dag een R.-K. feestdag
is._
~Opmerken~ veronderstelt meestal scherpzinnigheid, ~aanmerken~ een
gezond oordeel en grondige kennis.
* * * * *
Men had zooveel op zijn plan --, dat hij het opgaf.
Wie een schrijver van een aardrijkskundig werk er op attent maakt, dat
hij een voornaam dorp heeft vergeten, heeft iets --; wie een groote
onjuistheid kan aanwijzen, heeft iets --.
Op het karakter van dit jongmensch valt zooveel --, dat ik hem u niet
kan aanbevelen.
Omtrent het karakter van dit jongmensch moet ik u --, dat hij zich
spoedig door anderen laat verleiden.
Men spreekt van een gegronde -- en een snuggere --.