27. Opmerken--aanmerken.

_Zijn gedachten of zijn meening over iets te kennen geven._

~Aanmerken~ veronderstelt een afkeurend oordeel. _Ik heb zooveel op den

inhoud van dit boek ~aan te merken~, dat ik het werk niemand kan

aanbevelen._

~Opmerken~ heeft een meer gunstige beteekenis; het onderstelt, dat men

op iets opmerkzaam maakt, hetgeen een ander over 't hoofd ziet en toch

van min of meer belang is. _Mag ik even ~opmerken~, dat men op dien

datum het schoolfeest niet kan houden, daar die dag een R.-K. feestdag

is._

~Opmerken~ veronderstelt meestal scherpzinnigheid, ~aanmerken~ een

gezond oordeel en grondige kennis.

* * * * *

Men had zooveel op zijn plan --, dat hij het opgaf.

Wie een schrijver van een aardrijkskundig werk er op attent maakt, dat

hij een voornaam dorp heeft vergeten, heeft iets --; wie een groote

onjuistheid kan aanwijzen, heeft iets --.

Op het karakter van dit jongmensch valt zooveel --, dat ik hem u niet

kan aanbevelen.

Omtrent het karakter van dit jongmensch moet ik u --, dat hij zich

spoedig door anderen laat verleiden.

Men spreekt van een gegronde -- en een snuggere --.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 35 / 279 题