_Verplicht zijn de gevolgen van een daad op zich te nemen._
Men is ~verantwoordelijk~ wegens bestuur, men is ~aansprakelijk~ wegens
bezit. Het doel der verantwoordelijkheid is rechtvaardiging,
aansprakelijkheid verplicht tot schadevergoeding.
* * * * *
Je mag mijn fiets wel gebruiken, maar je bent er voor --.
De ministers zijn -- voor hun besluiten.
Als de kooper zijn verplichtingen niet kan nakomen, zijn de borgen --.
Gij zijt nu oud en wijs genoeg, om -- voor uw daden te zijn.
De notaris is -- voor de beleende gelden; hij is -- voor de fout in deze
koopacte.
De voorzitter dezer vergadering is -- voor de goede orde; de
penningmeester is -- voor de gelden.