24. Hoedanigheid--eigenschap.

_Wat aan iets eigen is of het kenmerkt._

Is het kenmerkende meer toevallig aan de zelfstandigheid eigen, dan

spreekt men van ~hoedanigheid~; is dat kenmerkende aan het bestaan

der zelfstandigheid noodwendig verbonden, dus van blijvenden aard,

dan gebruikt men ~eigenschap~. Als een blad papier dik of dun, goed

beschrijfbaar, geel of wit is, zijn dat hoedanigheden; men kan immers

deze hoedanigheden anders maken, zonder dat de stof ophoudt papier te

zijn. Postpapier is beschrijfbaar, dit is een eigenschap er van, immers

zonder die »hoedanigheid" zou het postpapier niet kunnen dienen.

* * * * *

Steenkolen hebben de --, dat zij brandbaar zijn. Geven zij bij de

verbranding weinig roet, dan is dat een goede --.

Een bol heeft de --, dat hij rond is.

In zijn -- als voogd, heeft hij uitstekend voor zijn neef gezorgd.

Deelbaarheid is een algemeene -- der lichamen.

Deze dienstbode bezit vele goede --, en daarom kan ik haar wel

aanbevelen.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 32 / 279 题