19. Behandelen--bejegenen.

_Zich op de een of andere wijze tegenover een ander gedragen._

~Bejegenen~ onderstelt een ontmoeting (in het Duitsch beteekent het dan

ook ontmoeten); het geeft de houding te kennen, die men bij zulk een

ontmoeting tegenover anderen aanneemt. Het woord heeft dus alleen

betrekking op personen. _Hij heeft mij op straat onheusch ~bejegend~._

~Behandelen~ geeft het handelen aan met betrekking tot menschen, dieren

of voorwerpen, zonder aan een ontmoeting te denken. In den regel wordt

er het bijdenkbeeld aan verbonden van een voortdurende herhaling der

werking. _Zulk een ~behandeling~ laat ik mij niet wel gevallen._ (_Zulk

een ~bejegening~_, zou slechts op één geval zien.) _Men moet de dieren

goed ~behandelen~._ (De werking wordt voortdurend herhaald.)

* * * * *

Hij trad het huis binnen en werd vriendelijk --.

Als gij deze plant niet goed --, zal zij spoedig sterven.

Ik had nooit gedacht, dat hij mij zoo minachtend durfde te --.

Deze patroon -- zijn bedienden goed; de sollicitanten -- hij steeds

voorkomend.

Keur van Nederlandsche Synoniemen Ten gebruike bij de studie voor de hulp- en hoofdacte en op inrichtingen voor M.O. · 第 27 / 279 题